Eerste- en derdegraadsfunctie (aangepast)
De functies
en
zijn gegeven door
en
.
De grafieken van
en
snijden beide de
-as in het punt
en de
-as in het punt
.
De grafiek van
raakt in punt
aan de grafiek van
.
Opdracht 15: (5 punten)
Bewijs dit.
Aanpak:
We hebben geleerd dat
en
raken als
. We willen dat dit geldt bij
(want het moet gebeuren in punt
) en er is al gegeven dat
. Het enige wat we dus nog zelf moeten berekenen en controleren is dat
.
Let er bij het differentiëren van
op dat je een functie met absolute waarden pas kunt differentiëren nadat je de absolute waarden hebt weggewerkt. Daarvoor zie je bij deze opgave dat links van het knikpunt geldt dat
. Daarom kun je daar
vervangen door
.
Uitwerking met haakjes uitwerken:
- Raken bij
betekent
.
Hierbij is
al gegeven. We moeten dus alleen nog bewijzen dat
. 


- Rond
geldt 


Conclusie: Aangezien
(en
) raken de grafieken elkaar in het punt
.
Opmerking: Zorg dat je laatste zin antwoord geeft op de vraag (ze raken in punt
) en dat de reden dat ze raken (
en
) ergens in jouw antwoord genoemd staat.
Uitwerking met productregel:
- Raken bij
betekent
.
Hierbij is
al gegeven. We moeten dus alleen nog bewijzen dat
. 

- Rond
geldt 


Conclusie: Aangezien
(en
) raken de grafieken elkaar in het punt
.
Opmerking: Zorg dat je laatste zin antwoord geeft op de vraag (ze raken in punt
) en dat de reden dat ze raken (
en
) ergens in jouw antwoord genoemd staat.
In de figuur zijn de grafieken van
en
getekend.

De grafiek van
verdeelt driehoek
in twee delen.
Opdracht 16: (6 punten)
Toon met een exacte berekening aan dat de oppervlakte van het linkerdeel twee keer zo groot is als de oppervlakte van het rechterdeel.
Aanpak:
We moeten voor deze opdracht de oppervlakte van het linkerdeel en de oppervlakte van het rechterdeel weten. Daarbij is vaak de truc om eerst het gemakkelijkste van de twee delen te berekenen. Zodra je dat gedaan hebt, kun je het andere gebied berekenen met behulp van
.
Bij deze specifieke opdracht lijkt het linkerdeel eenvoudiger om te berekenen dan het rechterdeel (want het linkerdeel zit in zijn geheel onder één functie). De strategie is daarmee om eerst de oppervlakte van dit deel te berekenen. Hiervoor heb je wel nog het snijpunt nodig van
met de
-as. Gelukkig heb je hierbij direct al een vergelijking van de vorm
die dus relatief eenvoudig is op te lossen (zolang je maar niet op het idee komt om meteen haakjes uit te werken).
Uitwerking met oppervlakte rechts met oppervlakte
:
geeft 



Het eerste snijpunt rechts van de
-as is dus 


![Rendered by QuickLaTeX.com O(\text{links})=\left[\frac{1}{4}x^4-\frac{1}{2}x^3-\frac{1}{2}x^2+1\frac{1}{2}x\right]_0^1](https://peterypma.nl/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-377ece65be91845da36d8ea23b929c1d_l3.png)



Aangezien
klopt het dat het linkerdeel twee keer zo groot is als dat het rechterdeel is.
Uitwerking met oppervlakte rechts met integraal:
geeft 



Het eerste snijpunt rechts van de
-as is dus 


![Rendered by QuickLaTeX.com O(\text{links})=\left[\frac{1}{4}x^4-\frac{1}{2}x^3-\frac{1}{2}x^2+1\frac{1}{2}x\right]_0^1](https://peterypma.nl/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-377ece65be91845da36d8ea23b929c1d_l3.png)



(want op dit interval is
)![Rendered by QuickLaTeX.com O(\text{rechts})=\left[-\frac{1}{2} x^2+1\frac{1}{2}x\right]_0^{1\frac{1}{2}}- \frac{3}{4}](https://peterypma.nl/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-db6a57b2fe953794fbc4e5b1938ae8bc_l3.png)

Aangezien
klopt het dat het linkerdeel twee keer zo groot is als dat het rechterdeel is.
De functie
is gegeven door
.
Opdracht 17: (4 punten)
Onderzoek via exacte weg of
een perforatie heeft.
Aanpak:
Allereerst is het goed om te weten dat bij de vraagstelling “onderzoek of” het antwoord meestal nee is. De reden is dat als er bij deze vraag wel een perforatie zou zijn de examenmakers meestal gewoon vragen om de coördinaten van de perforatie te berekenen. Het feit dat ze in plaats daarvan vragen om te onderzoeken of er een perforatie is, suggereert dat er iets geks aan de hand is. Als je de functie in je GR invoert, zie je inderdaad dat er iets geks gebeurt bij
(dat is de waarde waar teller en noemer nul zijn en er dus een perforatie kan zijn):

Schijnbaar heeft
hier niet alleen een gat, maar springt die ook. Dat zorgt ervoor dat er geen perforatie is (want een perforatie is een punt die als je die zou toevoegen aan de grafiek je een doorlopende grafiek krijgt). De reden dat dit gebeurt, is omdat
niet alleen het punt is waar we
hebben, maar bovendien ook het knikpunt van de teller is. We hebben geleerd dat je limieten alleen kunt berekenen als je eerst de absolute waarden weghaalt. Bij het weghalen van de absolute waarden heb je echter een andere functie links van
als rechts van
. Deze limieten moet je dus apart berekenen en als ze een verschillende uitkomst geven, betekent dat je geen perforatie hebt.
NB: De notatie die we geleerd hebben voor de limiet van links is
. Nadat je de absolute waarden hebt vervangen bereken je die gewoon op dezelfde manier als je normaal gesproken met
zou doen.
Uitwerking:
- Een perforatie kan alleen voorkomen als

geeft 

- Bij het berekenen van limieten moeten we altijd eerst de absolute waarde wegwerken. Aangezien
precies het knikpunt is van
moeten we de limiet met beide opties van de absolute waarde berekenen:
Links van
geldt:
Rechts van
geldt: 


Aangezien
heeft
geen perforatie.