Twee lijnen en een cirkel
Gegeven zijn de lijn
met vectorvoorstelling
,
de lijn
met vectorvoorstelling
en de cirkel
met vergelijking
.
Opdracht 10: (3 punten)
Bereken de hoek tussen
en
. Rond je antwoord af op een geheel aantal graden.
Aanpak:
Er zijn in het algemeen twee standaardmanieren om de hoek tussen twee lijnen te berekenen:
- Hoek tussen richtingsvectoren:
De hoek
tussen twee vectoren
en
wordt gegeven door
. Als je de hoek tussen de twee richtingsvectoren pakt, krijg je ook een hoek tussen de twee lijnen. Een disclaimer is dat dit niet de kleinste hoek tussen de lijnen hoeft te zijn. Dit kun je op twee manieren oplossen. De eerste is door als het antwoord groter is dan 90 graden nog
te doen en de tweede is om bij de hoek tussen twee lijnen absolute waarden in de teller toe te voegen. - Verschil van hellingshoeken:
Het alternatief is om het verschil tussen de hellingshoeken van de twee lijnen te berekenen. Hiervoor moet je de richtingsvectoren eerst omschrijven naar richtingscoëfficiënten (de vector
heeft een richtingscoëfficiënt van
). Vervolgens krijg je de bijbehorende hellingshoek met de formule
. Het verschil van de hellingshoeken geeft een hoek tussen de lijnen (als die groter is dan 90 graden, moet je net als hierboven
doen om de kleinste hoek tussen de lijnen te krijgen).
Uitwerking met hoek tussen richtingsvectoren:





Afgerond op een geheel aantal graden is de hoek tussen
en
gelijk aan 8 graden.
Uitwerking met hellingshoeken:

Voor de hellingshoek
van
geldt 


Voor de hellingshoek
van
geldt 


Afgerond op een geheel aantal graden is de hoek tussen
en
gelijk aan 8 graden.
Lijn
snijdt de
-as in
en lijn
snijdt cirkel
in
en in
.
Lijn
snijdt de
-as in
en lijn
snijdt cirkel
in
en in
.
Zie de figuur.

Voor het punt
geldt:
.
Opdracht 11: (4 punten)
Toon aan dat het punt
inderdaad de coördinaten
heeft.
Aanpak:
We willen hier het snijpunt van lijn
en de cirkel weten. De strategie daarbij is om de lijn te substitueren in de cirkel. Dat kan zowel als vectorvoorstelling (je moet dan
en
invullen) of door de vectorvoorstelling om te schrijven naar een lijn en die formule in te vullen in de cirkel. In beide gevallen krijg je een vergelijking die je kan oplossen. De oplossing vul je weer in de vectorvoorstelling of lijn in om de coördinaten van
te krijgen.
Een alternatief is in dit geval om simpelweg
in te vullen in de cirkel en de lijn. Als die op beide ligt, moet het immers wel het snijpunt zijn.
Uitwerking met vectorvoorstelling substitueren:
substitueren in
geeft:






- Bij
hoort 
geeft 
Het punt
is dus inderdaad
.
Uitwerking met lijn substitueren:


Lijn
substitueren in
geeft:






- Bij
hoort 
substitueren in
geeft
.
Het punt
is dus inderdaad
.
Uitwerking met nagaan of
op
en de cirkel ligt:
invullen in de cirkel geeft:

- Deze vergelijking kopt,
ligt dus op de cirkel. 

hierin invullen geeft:
- Deze vergelijking klopt,
ligt dus ook op
.
We hebben dus dat
een snijpunt is van de cirkel en
. Het moet dus wel punt
zijn.
Voor de punten
,
en
geldt:
,
en
.
Opdracht 12: (6 punten)
Toon aan dat de punten
,
,
en
op één cirkel liggen.
Aanpak:
In klas 5 hebben we geleerd dat je het middelpunt van een cirkel waarop de punten
,
en
liggen, kunt vinden door de middelloodlijnen van
en
te snijden. De logica daarachter is dat de punten op de middelloodlijn van
precies de punten zijn die even ver van
als
af liggen. Het middelpunt van de cirkel moet even ver van
,
en
af liggen en is dus het snijpunt van de twee middelloodlijnen.
Als je bovenstaande nog weet, is de vraag gewoon een kwestie van de volgende zaken achter elkaar doen:
- middelloodlijnen opstellen
- het snijpunt van de middellloodlijnen berekenen
- de straal van de cirkel berekenen
- nagaan of
op dezelfde cirkel ligt
Als je bovenstaande vergeten was, is het alternatief om te beginnen met een algemene cirkel van de vorm
. Door de punten
,
en
hierin in te vullen, krijg je een stelsel van drie vergelijkingen en drie onbekenden die je met wat handigheid in algebra ook kunt oplossen.
Uitwerking met middelloodlijnen:
- Halverwege
en
ligt 
Aangezien
horizontaal is, is de middelloodlijn van
verticaal.
De middelloodlijn van
is dus
. - Halverwege
en
ligt 


- De formule van de middelloodlijn van
is 
(of
als je liever
gebruikt). - Voor het snijpunt van
en
geldt:
Dus

De punten
,
en
liggen dus op de cirkel met middelpunt
en straal 

ligt dus ook op de cirkel met middelpunt
en straal
. Alle vier de punten liggen dus op dezelfde cirkel.
Opmerking: Natuurlijk kun je deze oplossing ook doen met andere middelloodlijnen. De middelloodlijnen die je kan krijgen, zijn:
- De middelloodlijn van
is
. - De middelloodlijn van
is 
- De middelloodlijn van
is 
- De middelloodlijn van
is 
- De middelloodlijn van
is 
- De middelloodlijn van
is 
Vervolgens moet je daarmee natuurlijk op hetzelfde middelpunt en straal uitkomen.
Uitwerking met stelsel van vergelijkingen:
- De standaardformule van een cirkel is
.
Voor de cirkel die door de punten
,
en
gaat, geldt: 
- De eerste en laatste vergelijking van elkaar aftrekken geeft:




(want de eerste vergelijking heeft geen oplossingen)
invullen in het stelsel geeft:

- De vergelijkingen gelijkstellen geeft:




- Dit invullen in
geeft:
De formule van de cirkel door
,
en
is dus 
- Invullen van
in deze formule geeft 


Deze vergelijking klopt en dus liggen alle vier de punten op de cirkel
.