Onderzetter
Een bepaalde onderzetter bestaat uit staven die onderling kunnen scharnieren. Deze onderzetter heeft 19 gelijke ruiten. Zie de foto.

In een wiskundig model van deze onderzetter worden de breedte en de dikte van de staven verwaarloosd.
Het meest linkse scharnierpunt van het model noemen we
, het scharnierpunt linksboven noemen we
en het midden van de middelste ruit noemen we
. De grootte van de binnenhoek bij
in radialen noemen we
. Zie figuur 1.

We kiezen lengte 1 voor de zijde van een ruit.
De lengte
en de breedte
van het model zijn functies van
, waarbij
.
Er geldt:
en
.
Opdracht 4: (3 punten)
Toon aan dat de formules voor
en
juist zijn.
Aanpak:
Bij het aantonen van formules helpt het vaak om te kijken of je kunt herkennen waar de getallen en variabelen in de uiteindelijke formule vandaan komen. Zo zien we in deze formules de waarde
staan. Dat suggereert dat we de hoek
in tweeën moeten snijden. Bovendien suggereren de sinus en cosinus dat we een rechthoekige driehoek moeten hebben. Het ligt daarmee voor de hand om te starten in de volgende driehoek:

We kunnen zien dat in deze driehoek de lengte en hoogte gegeven worden door respectievelijk
en
. Daarmee zijn we al een heel eind richting de formules die we moeten aantonen. Het enige wat nog ontbreekt zijn de factor 6 en de factor 10. Dat zou zomaar het aantal driehoeken kunnen zijn wat in de lengte of hoogte past. Let er bij het opschrijven hiervan op dat als het antwoord al in de tekst staat dat de laatste stap meer toelichting dan normaal gesproken vereist (ik zou hier dus zelf voor de zekerheid de observatie dat er 10 van dit soort driehoekjes in de breedte zitten expliciet vermelden).
Uitwerking:
- Het eerste punt krijg je voor het inzicht dat je de ruit in vier rechthoekige driehoeken kunt delen met schuine zijde 1 en hoek
. Die zou je dus bijvoorbeeld krijgen voor het maken van de volgende tekening:

- In deze driehoek geldt
. Dus
.
Ook geldt
. Dus
. - De hele figuur is 6 van dit soort driehoekjes hoog. Dat geeft een totale hoogte van
.
De hele figuur is 10 van dit soort driehoekjes lang. Dat geeft een totale lengte van
.
Opdracht 5: (4 punten)
Bereken exact de waarde van
als
.
Aanpak:
Uit
kunnen we natuurlijk de waarde van
berekenen. De opgave is dan hoe we
exact kunnen berekenen uit deze waarde van
. Aangezien het exact moet, kunnen we immers niet de grootte van de hoek berekenen, omdat die niet mooi uitkomt.
De meest standaardmanier om dit te doen, is met behulp van de formule
. Als we hier immers een waarde van
invullen, kunnen we daarmee de waarde van
berekenen. Een alternatief wat ik graag gebruik (maar leerlingen veel minder gebruiken), is om de hoek
in een rechthoekige driehoek te plaatsen. Met Pythagoras kun je dan de laatste zijde berekenen en daarmee ook de exacte waarde van zowel
als
berekenen. Zie de tweede oplossing hieronder.
Uitwerking met
:
geeft 

- Bovenstaande uitspraak combineren met
geeft 


(want de breedte is groter dan nul)
Uitwerking met redenering in rechthoekige driehoek:
geeft 

- De hoek
zit dus ook in de onderstaande driehoek:

- In deze driehoek geldt met Pythagoras dat
.
Dus

Als we
van
tot
laten toenemen, zal
toenemen en
afnemen.
Opdracht 6: (5 punten)
Bereken met behulp van differentiëren voor welke waarde van
de breedte
even snel toeneemt als de lengte
afneemt. Rond je antwoord af op twee decimalen.
Aanpak:
In de vraag staat “met behulp van differentiëren”. Dit geeft aan dat je in ieder geval de afgeleide moet bepalen (zonder hulp van je GR). De eerste twee punten krijg je dan ook door
en
te berekenen.
Vervolgens staat er geen exact, algebraïsch of bewijs in de opgave. Zodra we een vergelijking hebben, mogen we dus wel onze rekenmachine gebruiken. De gevraagde vergelijking is in dit geval
. Immers,
geeft aan hoe snel
toeneemt en we hebben
voor hoe snel de snelheid afneemt (let op het minteken, want
geeft de snelheid waarmee
toeneemt. Voor een afname is die dus negatief).
Uitwerking:

.
geeft 
- Voer in:

Optie intersect geeft
- Afgerond op twee decimalen is het antwoord dus
.
Er geldt: ![]()
Opdracht 7: (5 punten)
Toon aan dat de formule voor
juist is.
Aanpak:
De afstand tussen twee punten bereken je altijd met Pythagoras. Hiervoor moeten we iets weten over het verschil tussen de
-coördinaten van
en
en tussen de
-coördinaten van
en
.
De bedoelde manier om achter deze
en
te komen, is door te kijken hoeveelste deel van
en
ze zijn. Zo zien we dat
helemaal boven zit en
halverwege. Daarom geldt dat
. Met een soortgelijke redenering krijgen we dat
.
Met Pythagoras krijg je dan een uitdrukking van
. Hier komt echter nog een
in voor. Om deze naar een
om te schrijven, gebruik je de rekenregel
die je hiervoor eerst omschrijft naar
.
Uitwerking met fractie van
en
:


- Met Pythagoras krijgen we


- Gebruiken van de formule
geeft hier:



Uitwerking met redenering zoals in opdracht 4:
- Stel je de kleine driehoekjes voor die we in opdracht 4 gebruikten.
- Dan is het van
naar
twee van zulke horizontale stappen naar links en drie verticale stappen omhoog. - Ieder stapje naar links is
groot. We hebben dus
. Ieder stapje omhoog is
en we hebben dus
. - Met Pythagoras krijgen we


- Gebruiken van de formule
geeft hier:



Het model van de onderzetter kan zodanig gescharnierd worden dat zes van de acht buitenste scharnierpunten op één cirkel met middelpunt
liggen.
Zie figuur 2.

Opdracht 8: (4 punten)
Bereken voor welke waarde van
dit het geval is. Rond je antwoord af op twee decimalen.
Aanpak:
We moeten oplossen wanneer zowel
en
even ver van
afliggen (want alleen dan liggen beide punten op dezelfde cirkel met middelpunt
). Dit leidt tot de vergelijking
.
Hiervoor moeten we eerst de afstand
uitdrukken in
. Aangezien
precies in de midden van het figuur ligt is deze afstand gelijk aan de helft van de lengte
. Daarmee heb je genoeg informatie om de vergelijking
op te stellen. Aangezien er geen exact, algebraïsch of bewijs in de opgave staat, mag je deze vergelijking verder met de GR oplossen. Let er hierbij op dat je
moet invoeren als
.
Uitwerking:

geeft 
- Voer in:

Optie intersect geeft
- Afgerond op twee decimalen is het antwoord
.