Klavertje drie
Het punt
beweegt over een baan gegeven door de volgende bewegingsvergelijkingen:
met
in seconden en ![]()
De baan waarover punt
beweegt, is weergegeven in de figuur.
Het punt
beweegt ook over deze baan. Punt
loopt
seconden voor op punt
. De bewegingsvergelijkingen van
zijn dus:
met
in seconden en ![]()
Er zijn twee momenten waarop
en
recht boven elkaar liggen, dus dan geldt
. In de figuur is zo’n situatie weergegeven.

Opdracht 9: (5 punten)
Bereken exact de afstand tussen
en
in deze situaties.
Formuleblad:

Aanpak:
In de tekst is weggegeven dat we moeten starten met de vergelijking
op te lossen. Dat is een vergelijking die er vervelend uitziet, omdat er maar liefst vier cosinussen in voorkomen. Als je zo’n vergelijking ziet, weet je dus al dat een deel van deze cosinussen tegen elkaar moeten gaan wegvallen. Vaak kan dit met behulp van de regels op het formuleblad. In dit geval kunnen we die gebruiken op
en
die beide (na haakjes uitwerken) in de vorm
staan. Zo wordt
(NB: Je kunt dit ook sneller met de eenheidscirkel beredeneren).
Zodra je op deze manier zowel
als
vereenvoudigd hebt, vallen er genoeg cosinussen weg dat je de vergelijking gemakkelijk kunt oplossen. Voor deze waarden van
moet je dan de afstand berekenen. Dit is een verticale afstand. Je berekent de afstand dus door het grootste
-coördinaat min het kleinste
-coördinaat te doen.
Uitwerking met herleiden van
en
:
geeft 

- Substitueren van
en
in de bovenstaande vergelijking geeft
. 


- Op
zijn de oplossingen
en
. 

De verticale afstand op
is
.

De verticale afstand op
is
.
Uitwerking met alleen herleiden van
:
geeft 

- Substitueren van
in de bovenstaande vergelijking geeft
. 


De eerste vergelijking heeft geen oplossing. De tweede wordt

- Op
zijn de oplossingen
en
. 

De verticale afstand op
is
.

De verticale afstand op
is
.
Op tijdstip
bevindt het punt
zich in
.
Opdracht 10: (6 punten)
Bereken exact de scherpe hoek in graden tussen de raaklijn aan de baan in punt
en de
-as.
Aanpak:
We hebben geleerd dat we de richting van de raaklijn van een kromme kunnen bepalen met behulp van de snelheidsvector. We berekenen dus eerst deze snelheidsvector voor
. Vervolgens kun je op twee manieren de gevraagde hoek bepalen:
- Mogelijkheid 1:
De eerste manier (die ik meestal gebruik) is om de snelheidsvector
om te zetten in de richtingscoëfficiënt
. Vervolgens kun je de hellingshoek bepalen met de geleerde formule
. - Mogelijkheid 2:
De tweede manier is om een vector te kiezen op de
-as, zoals
en dan te gebruiken dat de hoek
tussen twee vectoren
en
berekenend kan worden met
.
Bij beide mogelijkheden moet je op het einde opletten dat er exact in de vraag staat en dat je officieel dus met de eenheidscirkel de waarde van de hoek moet bepalen. Je GR geeft als die in graden staat de juiste hoek echter gewoon exact en je kan die dus stiekem wel degelijk gebruiken.
Uitwerking met hellingshoek:



- Voor de richtingscoëfficiënt
van de raaklijn geldt 

- Voor de hellingshoek
geldt dus
. - Uit de eenheidscirkel (of valsspelend met de GR zonder dit te zeggen) halen we dat
.
Uitwerking met richtingsvectoren:



- Een richtingsvector van de
-as[/latex] is
.
Voor de (al dan niet scherpe) hoek
tussen de de raaklijn en de
-as geldt

Uit de eenheidscirkel (of valsspelend met de GR zonder dit te zeggen) halen we dat
.- De scherpe hoek tussen de raaklijn en de
-as is dus
.