Twee vierkanten op een kwartcirkel
Gegeven zijn de punten
en
. Punt
bevindt zich op de kwartcirkel door
en
met middelpunt
. Op de lijnstukken
en
worden twee vierkanten
en
getekend. Zie figuur 1.

De grootte van hoek
(in radialen) noemen we
, met
. Punt
heeft dus coördinaten
.
Er is een waarde van
waarvoor de oppervlakte van vierkant
twee keer zo groot is als de oppervlakte van vierkant
.
Opdracht 16: (5 punten)
Bereken deze waarde van
. Rond je eindantwoord af op twee decimalen.
Aanpak:
De oppervlakte van een vierkant is gelijk aan de zijde van het vierkant in het kwadraat. We moeten dus van zowel
als
een zijde berekenen. De logische kandidaten hiervoor zijn
en
. Het berekenen van deze zijden kan op meerdere manieren:
- We weten de coördinaten van
en
(uitgedrukt in de variabele
). We kunnen dus met de stelling van Pythagoras de afstand van
uitdrukken in
met
. - We weten in de driehoek
twee zijden (
) en we hebben de hoek
. We kunnen dus met de cosinusregel
uitdrukken in
.
Zodra we de oppervlakten van
en
hebben, moeten we de vergelijking
oplossen (want de oppervlakte van
moet twee keer zo groot zijn dan die van
). Aangezien er geen algebraïsch, exact of bewijs in de vraag staat, mag dat gewoon met de GR. Mijn advies is om dit in te voeren zonder eerst de uitdrukking te vereenvoudigen. Dan maak je geen fouten bij het vereenvoudigen en bespaar je waarschijnlijk ook nog tijd.
Uitwerking met Pythagoras:




- We moeten oplossen

Dat geeft
- Voer in

- Optie snijpunt geeft

Conclusie: Afgerond op twee decimalen is het antwoord
.
Uitwerking met cosinusregel:
- Met de cosinusregel in
geldt: 

Met de cosinusregel in
geldt: 


geeft 
- Voer in

- Optie snijpunt geeft

Conclusie: Afgerond op twee decimalen is het antwoord
.
In figuur 2 is de situatie van figuur 1 uitgebreid met vector
.

Voor elke waarde van
met
geldt: ![]()
Opdracht 17: (4 punten)
Bewijs dit.
Aanpak:
We hebben geleerd dat als we de coördinaten van
willen berekenen we op zoek moeten naar een route van
naar
over relatief eenvoudig te berekenen lijnstukken. In dit geval ligt de route
het meest voor de hand. Er geldt daarmee dus
.
De taak is dan vervolgens om eerst
en
in
uit te drukken. Dat is bij
relatief eenvoudig, want we weten al de coördinaten van
en
. Van
hebben we niet de coördinaten. We hebben echter wel de coördinaten van de hoekpunten
en
in het vierkant
. We kunnen dus eerst
berekenen en die 90 graden naar rechts draaien om
te krijgen. Daarbij hebben we geleerd dat als we de vector
naar rechts draaien we de vector
krijgen.
Tot slot kunnen we
invullen om op de gevraagde formule uit te komen. Hierbij heb ik twee waarschuwingen:
- Bij bewijs-vragen staat het eindantwoord er al. Dit betekent dat je heel precies moet zijn met het laten zien hoe je aan je laatste stappen komt. Je moet de nakijker namelijk 100 procent overtuigen dat je het eindantwoord niet overgeschreven hebt. De volgende uitwerking is bijvoorbeeld maar 2 punten waard, omdat niet zichtvaar is dat de leerling
heeft gedaan en ook niet zichtbaar is dat de laatste stap niet overgeschreven is.

2. Bij bewijsvragen moet je zorgen dat je eindantwoord precies overeenkomt met wat je moet bewijzen (en de termen niet bijvoorbeeld in een andere volgorde staan). Mijn examentip blijft in dit soort gevallen dan ook om na het beantwoorden van de vraag nog een keer de vraag na te lezen en te controleren of je precies het antwoord gegeven hebt waarom de vraag vraagt.