Een functie met sinus
Op het domein
is de functie
gegeven door
.
Op het gegeven domein zijn de punten
,
,
,
,
,
,
en
de snijpunten van de grafiek van
met de
-as.
De punten
en
liggen op de grafiek van
.
De
-coördinaat van
ligt midden tussen de
-coördinaten van
en
.
De
-coördinaat van
ligt midden tussen de
-coördinaten van
en
.
Zie figuur 1.

Uit de gegevens volgt:
en
.
Opdracht 15: (4 punten)
Toon met behulp van exacte berekeningen aan dat inderdaad uit de gegevens volgt dat
en
.
Aanpak:
Het is bij sommen altijd belangrijk om precies te doen wat in de opgave staat en niet alleen naar het plaatje te kijken. Mijn ervaring is dat er namelijk altijd leerlingen zijn die denken dat
en
de toppen van de grafiek zijn. Dit staat echter niet in de tekst en het is ook niet waar! Een belangrijke les is dus om geen aannames te doen op basis van iets dat in het plaatje waar lijkt te zijn.
Wat we wel moeten doen, is de opdracht van boven naar beneden uitvoeren. Hierbij worden eerst de snijpunten
,
,
,
,
,
,
en
van de functie
met de
-as genoemd. Aangezien de
-as de vergelijking
heeft, lossen we dit op met
.
Voor het oplossen van de vergelijking
moet je opmerken dat
in deze vergelijking twee keer voorkomt. Als een term twee keer voorkomt, is de strategie vrijwel altijd om die buiten haakjes te halen. In dit geval maak je er dus
van. Nu heb je een vergelijking van de vorm
en geldt dus
.
Na het oplossen van deze vergelijking, kun je
berekenen door het gemiddelde van
en
te nemen. Dit doe je met de berekening
. Zorg er hierbij voor dat je deze berekening expliciet opschrijft, omdat het antwoord al weggegeven is in de vraag. Altijd als dat zo is, moet je laatste stap er explicieter staan, omdat de nakijker zeker moet weten dat je dit berekend hebt en niet van de opdracht overgeschreven.
Uitwerking:
geeft 


geeft
(of
)
Dus
,
,
,
,
en
.

Lijn
is de lijn door de punten
en
. Zie figuur 2.

Lijn
lijkt door
te gaan.
Opdracht 16: (4 punten)
Toon met behulp van exacte berekeningen aan dat
door
gaat.
Aanpak:
In de vorige vraag moesten we aantonen dat
en
. Bijna altijd als je zoiets moet aantonen of bewijzen, heb je die gegevens nodig voor de volgende vraag. Ik zet daarom vaak even een pijltje in de kantlijn van deze gegevens naar de volgende vraag om mijzelf daar aan te herinneren.
Hier moeten we die
-waarden in
invullen om de
-coördinaten van de punten
en
te krijgen. Voor de rest van de berekeningen is het fijn om in dit punt een uitdrukking als
te versimpelen voordat je er verder berekeningen mee gaat uitvoeren. In examenstand kan dit niet door de hele uitdrukking in je GR te stoppen. In plaats daarvan moet je
los in je GR stoppen of nog beter: de waarde hiervan kunnen beredeneren uit de exacte-waarden-cirkel. Je vindt dan
en dus
.
Vervolgens moeten we kijken of
op de lijn door
en
ligt. Hiervoor moeten we natuurlijk eerst de formule van de lijn door
en
opstellen. Hierbij moet je er aan denken om
en
tussen haakjes te substitueren als je de richtingscoëfficiënt berekent met
.
Zodra je de formule van de lijn hebt, vul je simpelweg de coördinaten van
in en kijk je of je een kloppende vergelijking krijgt. Als dat het geval is, ligt punt
op de lijn door
en
.
Uitwerking:




geeft 

invullen geeft
.
Het punt
ligt dus op de grafiek van
.