Goniometrie (HAVO 5 wis B)

Drie snijpunten

Op het domein [0,3\pi] is de functie f gegeven door f(x)=-1+2\sin(x-\frac{2}{3}\pi).

Op het gegeven domein is het punt P de eerste top rechts van de y-as van de grafiek van f. Zie de figuur.

Opdracht 13: (4 punten)
Bereken exact de coördinaten van P.

Aanpak:

We hebben een sinusoïde met een evenwichtsstand van y=-1 en een amplitude van 2. We hebben geleerd dat dit betekent dat de maximale y-waarde gelijk is aan \text{evenwichtsstand} + \text{amplitude} = -1+2=1 en de minimale y-waarde gelijk is aan \text{evenwichtsstand} - \text{amplitude} =-1-2=-3. Aangezien punt P een minimum is, geldt dus dat y_P=-3.

Vervolgens zijn er twee manieren om het x-coördinaat van P te vinden. De meeste leerlingen doen dat door f(x)=-3 op te lossen. Iets sneller is om te realiseren dat het minimum bij een sinus een kwart periode voor het beginpunt zit. Als je dat doorhebt, kun je x_P berekenen met x_P=\text{beginpunt} - \frac{1}{4}\cdot \text{periode}. Dat is de alternatieve oplossing.

Uitwerking met vergelijking:
  • y_P = -1-2=-3
  • -1+2\sin(x-\frac{2}{3}\pi)=-3
    2\sin(x-\frac{2}{3}\pi)=-2
    \sin(x-\frac{2}{3}\pi)=-1
  • x-\frac{2}{3}\pi=\frac{1}{2}\pi+k\cdot 2\pi \vee x-\frac{2}{3}\pi=1\frac{1}{2}\pi +k\cdot 2\pi
  • x=1\frac{1}{6}\pi +k\cdot 2\pi \vee x=2\frac{1}{6}\pi+k\cdot 2\pi
    De eerste oplossing hiervan is x_P=\frac{1}{6}\pi.
    De coördinaten van P zijn dus P(\frac{1}{6}\pi, -3).

Uitwerking met redeneren met periode:
  • y_P = -1-2=-3
  • Het beginpunt is bij x=\frac{2}{3}\pi.
  • De periode is 2\pi.
  • P zit een kwart periode voor het beginpunt.
    Dus x_p=\frac{2}{3}\pi - \frac{1}{4}\cdot 2\pi =\frac{1}{6}\pi.
    De coördinaten van P zijn dus P(\frac{1}{6}\pi, -3).

Uitwerking met transformaties:

De onderstaande oplossing gebruikt dat we de grafiek van f uit y=\sin(x) krijgen door die eerst \frac{2}{3}\pi naar rechts te schuiven, dan te vermenigvuldigen met factor 2 ten opzichte van de x-as en dan nog 1 naar benden te schuiven.

  • De coördinaten van een minimum van y=\sin(x) zijn (-\frac{1}{2}\pi, -1).
  • Verschuiving van \frac{2}{3}\pi naar rechts, geeft (\frac{1}{6}\pi,-1).
  • Vermenigvuldiging met factor 2 ten opzichte van de x-as geeft (\frac{1}{6}\pi, -2).
  • Verschuiving van 1 naar beneden levert de coördinaten P(\frac{1}{6}\pi,-3).

Uitwerking met afgeleide = 0 (alleen voor VWO-leerlingen):

De onderstaande oplossing gebruikt dat een top zit bij \text{afgeleide} = 0. Om dit te kunnen gebruiken, moet je wel weten dat de afgeleide van f(x)=\sin(x) gelijk is aan f'(x)=\cos(x).

  • f'(x)=2\cos(x-\frac{2}{3}\pi)
  • f'(x)=0 geeft \cos(x-\frac{2}{3}\pi)=0
    x-\frac{2}{3}\pi =\frac{1}{2}\pi+k\cdot \pi
  • x=1\frac{1}{6}\pi +k\cdot \pi
    De eerste positieve oplossing is x_P=\frac{1}{6}\pi.
  • f(\frac{1}{6}\pi)=-3, dus P(\frac{1}{6}\pi, -3)

De punten A, B en C zijn de drie snijpunten van de grafiek van f met de x-as. Lijnstuk BC is a keer zo lang als lijnstuk AB.

Opdracht 14: (5 punten)
Bereken exact de waarde van a.

Aanpak:

In de eerste zin boven de vraag wordt genoemd dat A, B en C de snijpunten zijn van f(x) met de x-as. We moeten dan ook beginnen met het berekenen van deze snijpunten. Aangezien de x-as de lijn y=0 is, doen we dit door f(x)=0 op te lossen. De eerste drie positieve oplossingen van deze vergelijking horen bij A, B en C.

Vervolgens worden de zijden AB en BC genoemd. Aangezien dit horizontale lijnstukken zijn, kunnen we die simpelweg berekenen door het x-coördinaat van het rechterpunt min het x-coördinaat van het linkerpunt te doen. Zodra we de lengtes van BC en AB berekend hebben, kunnen we die invullen in BC=a\cdot AB of a=\frac{BC}{AB} om a te berekenen.

Uitwerking:
  • f(x)=0 geeft -1+2\sin(x-\frac{2}{3}\pi)=0
    2\sin(x-\frac{2}{3}\pi)=1
    \sin(x-\frac{2}{3}\pi)=\frac{1}{2}
  • x-\frac{2}{3}\pi = \frac{1}{6}\pi +k\cdot 2\pi \vee x-\frac{2}{3}\pi = \frac{5}{6}\pi+k\cdot 2\pi
  • x=\frac{5}{6}\pi+k\cdot 2\pi \vee x=1\frac{1}{2}\pi+k\cdot 2\pi
  • De eerste drie oplossingen zijn x_A=\frac{5}{6}\pi, x_B=1\frac{1}{2}\pi en x_C=2\frac{5}{6}\pi.
  • AB=x_B-x_A=1\frac{1}{2}\pi-\frac{5}{6}\pi=\frac{2}{3}\pi
    BC=x_C-x_B=2\frac{5}{6}-1\frac{1}{2}\pi=1\frac{1}{3}\pi
    a=\frac{BC}{AB}=\frac{1\frac{1}{3}\pi}{\frac{2}{3}\pi}=2