Sinusoïde en lijn
De functie
wordt gegeven door
. De grafiek van
is in figuur 1 weergegeven.

Er zijn vier waarden van
in het interval
waarvoor geldt
.
Opdracht 6: (6 punten)
Bereken exact deze vier waarden van
.
Aanpak:
We moeten de vergelijking
oplossen op het domein
. Dat is een basisvaardigheid waarbij we de volgende stappen zetten:
- Schrijf de vergelijking om naar de vorm
. - Gebruik de eenheidscirkel om de vergelijking verder op te lossen.
- Vul waarden van
in om de twee oplossingen op het domein
te vinden.
Uitwerking:





- Op
zijn de oplossingen 
De grafiek van
raakt de
-as in oneindig veel punten. Van deze raakpunten is het punt
het punt met de kleinste positieve
-coördinaat. Door
gaat een stijgende lijn
die een hoek van
met de
-as maakt. Punt
is het snijpunt van lijn
met de
-as. Zie figuur 2.

Opdracht 7: (5 punten)
Bereken de afstand tussen
en
. Geef je eindantwoord in twee decimalen.
Aanpak:
Als eerste wordt het snijpunt
van
met de
-as geïntroduceerd. Deze berekenen we dus met
. Dat mogen we doen met het grafiek-menu van de GR, want er staat geen exact, algebraïsch of exact in de opgave. Let er daarbij wel op dat de GR in radialen moet staan (want vergelijkingen los je op in radialen).
Vervolgens kun je op twee manieren verdergaan. De alternatieve oplossing is om van boven naar beneden verder te gaan en de formule van lijn
op te stellen met behulp van de kennis dat
(let op dat de hoek hier wel in graden is!). Vervolgens bereken je het begingetal door punt
in te vullen. Hieruit krijg je punt
en kun je met Pythagoras de afstand tussen
en
berekenen.
Een snellere oplossing is echter om in te zien dat je drie gegevens hebt in driehoek
:
(gegeven)
kun je berekenen met overstaande hoeken
kun je berekenen met behulp van het
-coördinaat van punt 
Met behulp van driehoek
kun je dan zijde
berekenen:
Uitwerking:
- Voer in:

- Optie root geeft

- Vanwege overstaande hoeken is
. 

Afgerond op twee decimalen is
gelijk aan 
Alternatieve uitwerking:
- Voer in:

- Optie root geeft

Dus
- De richtingscoëfficiënt van
is
. 

, dus 

Afgerond op twee decimalen is
gelijk aan 
We bekijken nu functie
. Deze heeft de volgende eigenschappen:
- De grafiek van
is een sinusoïde. - De periode van de grafiek van
is drie keer zo klein als de periode van de grafiek van
. - De amplitude van de grafiek van
is vier keer zo klein als de amplitude van de grafiek van
. - Een laagste punt van de grafiek van
valt samen met het snijpunt van de grafiek van
met de
-as. Zie figuur 3.

Functie
heeft een functievoorschrift van de vorm
. Hierin zijn
,
en
getallen.
Opdracht 8: (5 punten)
Bereken exact voor elk van deze drie getallen een mogelijke waarde.
Aanpak:
We kunnen de informatie weer van boven naar beneden verwerken. De stappen zijn dan:
- Als eerste berekenen we de periode van
. Hiermee kunnen we
berekenen met
. - Vervolgens staat er informatie gegeven over de amplitude van
. Hiermee kun je
berekenen. Het gemene hierbij is dat het beginpunt zit bij een minimum in plaats van een maximum. We hebben geleerd dat
in plaats van
. - Tot slot staat dat een minimum van
zit bij het snijpunt van
met de
-as. Het
-coördinaat van dit punt is
. Vervolgens kun je de evenwichtsstand berekenen met
.
Uitwerking:
- De periode van
is
.
De periode van
is
.
- De amplitude van
is 1.
De amplitude van
is dus
. - Aangezien de grafiek bij het begin een minimum heeft in plaats van een maximum, is
. Daarom geldt
. 
- De evenwichtsstand is dus
.