Veelhoeken (VWO 6 wis B)

Vierkanten

In figuur 1 zie je in een assenstelsel een vierkant ABCD met zijde 1. Hoekpunt A ligt op de positieve x-as en hoekpunt D op de positieve y-as. Vierkant EFGH heeft ook zijde 1. Dit vierkant ligt naast ABCD zo dat zijde EF op de x-as ligt en hoekpunt B van vierkant ABCD op zijde EH ligt. Om vierkant ABCD is een derde vierkant OETS getekend met horizontale en verticale zijden.

Voor de hoek \alpha (in rad) die zijde AB met de x-as maakt, geldt: 0<\alpha < \frac{1}{2}\pi.
In figuur 1 is aangegeven welke hoeken gelijk zijn aan \alpha.

De coördinaten van C en G hangen als volgt van \alpha af:
C(\cos(\alpha), \sin(\alpha)+\cos(\alpha)) en G(\sin(\alpha)+\cos(\alpha)+1, 1).

Opdracht 5: (4 punten)
Bereken exact de oppervlakte van vierkant OETS voor \alpha=\frac{1}{6}\pi. Schrijf je antwoord zonder haakjes.

De lijn door G en C snijdt de y-as in P. De loodrechte projectie van G op de y-as noemen we Q en de loodrechte projectie van C op de lijn GC noemen we R. Zie figuur 2.

Er geldt OP=1+\frac{(\sin(\alpha)+\cos(\alpha)-1)(\sin(\alpha)+\cos(\alpha)+1)}{\sin(\alpha)+1}.

Opdracht 6: (5 punten)
Toon aan dat deze formule juist is.

De lengte van OP kan ook geschreven worden als OP=1+\frac{\sin(2\alpha)}{\sin(\alpha)+1}.

Opdracht 7: (4 punten)
Toon dit op algebraïsche wijze aan.

De hoogte van punt C is maximaal als \alpha=\frac{1}{4}\pi. Maar de hoogte van punt P is maximaal voor een andere waarde van \alpha tussen 0 en \frac{1}{2}\pi.

Opdracht 8: (6 punten)
Bereken met behulp van differentiëren bij welke waarde van \alpha de hoogte van punt P maximaal is. Geef je antwoord in twee decimalen nauwkeurig.