Twee paren punten op een cirkel
De cirkel
met middelpunt
is gegeven door de vergelijking
. Lijn
is de lijn door het punt
met richtingscoëfficiënt -1. Deze lijn snijdt de cirkel behalve in punt
ook in het punt
. Zie figuur 1.

Opdracht 3: (5 punten)
Bereken exact de coördinaten van
.
Aanpak:
We moeten het snijpunt van lijn
en de cirkel berekenen. Hiervoor moeten we eerst de formule van de lijn opstellen. Aangezien de richtingscoëfficiënt -1 is, heeft
de vorm
. Hier het punt
in invullen, geeft de hele formule.
Zodra we de formule van
hebben, kunnen we deze substitueren (invullen) in de vergelijking van de cirkel. Na haakjes uitwerken krijgen we een kwadratische vergelijking. De oplossingen hiervan zijn de
-coördinaten van
en
. Aangezien je al weet dat
het
-coördinaat van
is, weet je dat de ontbinding van deze vergelijking van de vorm
gaat zijn. Dit kan je helpen met die te vinden. Als je dat niet bedenkt of het nog niet lukt, kun je natuurlijk ook de ABC-formule gebruiken.
Denk er tot slot aan om bij je antwoord ook het
-coördinaat van
te berekenen! Zelf lees ik na het maken van een vraag altijd nog een keer de vraagstelling na om te controleren of ik de volledige vraag heb beantwoord (en niet bijvoorbeeld alleen het
-coördinaat heb gegeven als naar de coördinaten gevraagd wordt).
Uitwerking:

geeft 







De coördinaten van
zijn dus
.
Uitwerking met cirkel eerst omschrijven (extra werk)

geeft 



Hier
in substitueren geeft 







De coördinaten van
zijn dus
.
De cirkel heeft twee snijpunten met de
-as. Dit zijn de punten
en
. In figuur 2 zijn de stralen
en
getekend. Figuur 2 staat vergroot op de uitwerkbijlage.

Opdracht 4: (6 punten)
Bereken
. Geef je eindantwoord in graden en rond af op één decimaal. Je kunt hierbij de uitwerkbijlage gebruiken.
Aanpak:
We willen de hoek
bepalen. Dit betekent dat we allereerst de punten
,
en
nodig hebben. De coördinaten van
en
zijn gegeven, maar die van
moeten we eerst berekenen. Dat kunnen we doen door
met kwadraat afsplitsen om te schrijven naar de vorm
. Hierbij geldt dan dat het middelpunt
is.
Zodra we alle coördinaten hebben, zijn er vele manieren om naar het antwoord te komen. Hieronder staat een korte beschrijving van de vijf manieren die ik heb uitgewerkt:
- We kunnen de lengtes van
,
en
met Pythagoras berekenen. Vervolgens kun je dan de hoek
met de cosinusregel berekenen, omdat je alle zijden in
dan weet. Dit idee kun je nog iets versnellen, omdat je weet dat
de straal van de cirkel is. - Je kunt de loodlijn van
naar
trekken. In dit plaatje zijn alle zijdes te berekenen en kun je met SOS/CAS/TOA de hoek bij
berekenen. - Je kunt de hellingshoek berekenen van de lijnen
en
. De hoeken die deze lijnen met elkaar maken is het verschil van deze hellingshoeken. Hierbij moet je goed opletten dat deze hoek een gestrekte hoek maakt met
. Op het einde moet je dus nog
doen om op de juiste hoek uit te komen. - Je kunt de hoeken
en
berekenen (bijvoorbeeld met de hellingshoeken) en dan hoekensom driehoek gebruiken om de hoek
te krijgen. - Voor VWO-leerlingen: We kunnen de vectoren
en
opstellen en dan de formule gebruiken voor de hoek tussen twee vecotren. Die zegt in dit geval dat
.
Naast deze uitwerkingen weten creatieve leerlingen ongetwijfeld nog meer manieren te verzinnen. Dat is bij veel meetkundeopdrachten zo. Het leert je vooral dat het bij deze opdrachten loont om gewoon bezig te gaan. Je hoeft niet de beste manier te vinden, maar alleen een manier die werkt!
Uitwerking met cosinusregel:



en 

- Met de cosinusregel in
geldt 



.
Afgerond op één decimaal is dat
Uitwerking met hoek opdelen:



en 
- Noem
, dan zijn
en
congruente rechthoekige driehoeken. 


.
Afgerond op één decimaal is dat
.
Uitwerking met verschil van hellingshoeken:






- Voor de hellingshoek
van
geldt 

Voor de hellingshoek
van
geldt 


De hoek
vormt een gestrekte hoek met
. Er geldt dus
.
Afgerond op één decimaal is dat
Uitwerking met hellingshoek en hoekensom driehoek:





- Voor de hellingshoek
van
geldt 

Er geldt (vanwege overstaande hoeken) dat
is gelijkbenig. Dus 
- Met hoekensom driehoek in
krijgen we
.
Afgerond op één decimaal is dat
Uitwerking met hoek tussen vectoren (Voor VWO-leerlingen):
