Cirkels (Havo 5 wis B)

Twee cirkels en twee lijnen

De cirkel c_1 wordt gegeven door x^2-4x+y^2-6y=-8.
De lijn k wordt gegeven door y=\frac{1}{2}x+4\frac{1}{2}.

Lijn k raakt cirkel c_1.

Opdracht 3: (3 punten)
Bewijs dit.

Aanpak:

Een lijn is een raaklijn aan de cirkel als de lijn exact één punt gemeenschappelijk heeft met de cirkel. De aanpak van de opdracht is dus dat we de snijpunten gaan bepalen van x^2-4x+y^2-6y=-8 met y=\frac{1}{2}x+4\frac{1}{2} (Dit doen we door y=\frac{1}{2}x+4\frac{1}{2} in de cirkel te substitueren). Zodra we weten dat die maar één oplossing heeft, kunnen we de conclusie trekken dat k inderdaad een raaklijn is.

Uitwerking:
  • \left.\begin{matrix}x^2-4x+y^2-6y=-8\\ y=\frac{1}{2}x+4\frac{1}{2}\end{matrix}\right\} x^2-4x+(\frac{1}{2}x+4\frac{1}{2})^2-6(\frac{1}{2}x+4\frac{1}{2})=-8
  • x^2-4x+\frac{1}{4}x^2+4\frac{1}{2}x+20\frac{1}{4}-3x-27=-8
    \frac{5}{4}x^2-\frac{5}{2}x+\frac{5}{4}=0
  • D=(-\frac{5}{2})^2-4\cdot \frac{5}{4}\cdot \frac{5}{4} = 0
    Aangezien de discriminant nul is, snijdt de lijn maar voor één waarde van x de cirkel. Dat betekent dat de lijn de cirkel l=raakt.

Het punt M is het middelpunt van c_1. De lijn l gaat door M en staat loodrecht op k. Het punt S is het snijpunt van l met de y-as. De cirkel c_2 is de cirkel door M met middelpunt S. Zie de figuur.

Opdracht 4: (6 punten)
Stel op exacte wijze een vergelijking op van c_2.

Aanpak:

Bij dit soort opdrachten helpt het vaak om de punten, lijnen en cirkels te berekenen in de volgorde dat ze in de vraag geïntroduceerd worden. In dit geval is de volgorde dus:

  • Bepaal het middelpunt M door de cirkelvergelijking om te schrijven in de vorm (x-p)^2+(y-q)^2=r^2, waarbij (p,q) dan het middelpunt is.
  • Stel de formule op van de lijn l. Hiervoor gebruik je dat als twee lijnen k en l loodrecht op elkaar staan dat dan geldt a_l=\frac{-1}{a_k}.
  • Bereken het snijpunt S van l met de y-as.
  • Stel de formule op van de cirkel met middelpunt S en straal MS.

Uitwerking:
  • x^2-4x+y^2-6y=-8
    (x-2)^2-4+(y-3)^2-9=-8
    (x-2)^2+(y-3)^2=5
  • M(2,3)
  • a_l = \frac{-1}{1/2} = -2
  • \left.\begin{matrix}y=-2x+b\\ M(2,3)\end{matrix}\right\} -2\cdot2+b=3
    b=7 (en  l: y=-2x+7)
    y_S=b=7, dus S(0,7)
  • r^2=MS^2=(0-2)^2+(7-3)^2=20
  • Een vergelijking van de cirkel is dus x^2+(y-7)^2=20