Cirkels (Havo 5 wis B)

Rechthoek om cirkels

Cirkel c_1 met middelpunt M_1 wordt gegeven door x^2+(y-3)^2=9. Cirkel c_2 met straal 2 en middelpunt M_2 raakt c_1.

De twee cirkels worden omsloten door een rechthoek ABCD zodanig dat:

  • de hoekpunten A en B op de x-as liggen;
  • de lengte van zijde AD gelijk is aan de diameter van c_1;
  • c_1 de zijden AB, CD en AD raakt;
  • c_1 de zijden BC en CD raakt.

Zie figuur 1.

Opdracht 5: (5 punten)
Bereken exact de coördinaten van M_2.

Aanpak:

Als twee cirkels raken, moet je vaak iets doen met het lijnstuk wat de twee middelpunten met elkaar verbindt. De lengte van dit lijnstuk is namelijk de som van de twee stralen. Deze lengte kun je met Pythagoras ook uitdrukken in de coördinaten van M_1(x_1,y_1) en M_2(x_2,y_2). De lengte is dan immers ook M_1M_2=\sqrt{(x_2-x_1)^2+(y_2-y_1)^2}.

De strategie bij deze opdracht is daarom om drie van de vier coördinaten x_1,y_1,x_2 en y_2 te bepalen en om dan de twee manieren hoe je M_1M_2 kunt uitdrukken aan elkaar gelijk te stellen om het laatste coördinaat te berekenen. Dit doe je in de volgende stappen:

  • Bereken M_1 en de straal van cirkel 1.
  • Bereken de hoogte van CD.
  • Bereken het y-coördinaat van M_2
  • Gebruik de strategie die hierboven uitgelegd staat om het x-coördinaat van M_2 te berekenen.

Uitwerking:
  • M_1=(0,3) en r_1=3
    M_1M_2=r_1+r_2=3+2=5
  • y_C=3+3=6 en y_D=6
  • Het y-coördinaat van M_2 ligt 2 lager dan de lijn CD. Dus M_2(x,4).
  • M_1M_2=\sqrt{(x-0)^2+(4-3)^2}
    Daaruit volgt x^2+(4-3)^2=5^2
  • x^2+1=25
    x^2=24
    x=\sqrt{24} (want x=-\sqrt{24} voldoet niet)
    De coördinaten van M_2 zijn dus (\sqrt{24},4).

Verder is gegeven cirkel c_3 met middelpunt M_3. Deze cirkel raakt c_2 en de zijden AB en BC. Zie figuur 2.

In figuur 2 is ook de driehoek M_2M_3N aangegeven, waarbij punt N dezelfde x-coördinaat heeft als M_3 en dezelfde y-coördinaat als M_2. In driehoek M_2M_3N is \alpha=\angle M_2M_3N en is hoek N een rechte hoek. Er geldt:

\sin(\alpha)=\frac{2-r}{r+2}

Hierin is r de straal van c_3. Zie figuur 2.

Opdracht 6: (3 punten)
Bewijs de juistheid van deze formule.

Aanpak:

Het ezelsbruggetje van sinus is SOS. Er geldt dus \sin(\alpha)=\frac{o}{s}=\frac{M_2N}{M_2M_3}. Om de vraag dan te bewijzen, moet je laten zien dat M_2N=2-r en M_2M_3=2+r. Je moet er daarbij opletten dat het eindantwoord al weggegeven is en je dus echt duidelijk moet laten zien waar je antwoord vandaan komt. Zelf zou ik dat hier misschien wel doen met een tekening, waarbij ik laat zien dat M_2N+r=r_2 zoals in de onderstaande afbeelding zichtbaar is.

Uitwerking:
  • \sin(\alpha)=\frac{M_2N}{M_2M_3}
  • M_2M_3=r_2+r=2+r
  • In de figuur van de aanpak zien we dat M_2N+r=r_2
    M_2N+r=2
    M_2N=2-r
    Dus \sin(\alpha)=\frac{2-r}{2+r}