Meetkunde gemengd

Twee punten

Gegeven zijn de punten A(-2,3) en B(6,7).

In figuur 1 zijn op de y-as de punten P en Q getekend waarvoor geldt dat \angle APB=\angle AQB=90^{\circ}.

Opdracht 6: (6 punten)
Bereken exact de coördinaten van P en Q.

Aanpak:

Dit type vraag waarbij je een hoek van 90 graden hebt, kun je vrijwel altijd op vier manieren oplossen:

  • Volgens Pythagoras is \angle APB=90^{\circ} als AP^2+BP^2=AB^2.
  • Volgens Thales is \angle APB=90^{\circ} als P op de cirkel met middellijn AB ligt.
  • De lijnen AP en BP staan loodrecht als a_{AP}\cdot a_{BP}=-1.
  • De vectoren \overrightarrow{AP} en \overrightarrow{BP} staan loodrecht als \overrightarrow{AP}\cdot \overrightarrow{BP}=0.

Bij alle technieken behalve Thales is de truc om het y-coördinaat van P de naam p te geven. Vervolgens druk je alles in het plaatje uit in p totdat je de vergelijking krijgt waarmee je p berekent. Merk op dat je hiermee twee waarden voor p vindt waarbij de hoek 90 graden is. De tweede waarde van p hoort dus bij het punt Q.

Uitwerking met Pythagoras:
  • Noem P(0,p)
  • AB^2=(6--2)^2+(7-3)^2=8^2+4^2=80
  • AP^2 =(0--2)^2+(p-3)^2=4+p^2-6p+9=p^2-6p+13
  • BP^2 =(0-6)^2+(p-7)^2=36+p^2-14p+49=p^2-14p+85
  • Uit AP^2+BP^2=AB^2 volgt p^2-6p+13+p^2-14p+85=80
    2p^2-20p+18=0
    p^2-10p+9=0
  • (p-9)(p-1)=0
    p=9\vee p=1
    Conclusie: P(0,9) en Q(0,1)

Uitwerking met Thales:
  • Volgens de stelling van Thales liggen P en Q op de cirkel met middellijn AB.
  • Het punt halverwege AB is M(\frac{-2+6}{2}, \frac{3+7}{2})=(2,5).
  • AM=\sqrt{(2--2)^2+(5-3)^2}=\sqrt{4^2+2^2}=\sqrt{20}
  • De cirkel met middellijn AB is (x-2)^2+(y-5)^2=20.
  • Voor de snijpunten van deze cirkel met de y-as geldt: (0-2)^2+(y-5)^2=20
    4+(y-5)^2=20
  • (y-5)^2=16
    y-5=4\vee y-5=-4
    y=9\vee y=1
    Conclusie: P(0,9) en Q(0,1)

Uitwerking met richtingscoëfficiënten:
  • Noem P(0,p)
  • a_{AP} =\frac{p-3}{0--2}=\frac{p-3}{2}
  • a_{BP} =\frac{p-7}{0-6}=\frac{p-7}{-6}
  • Uit a_{AP}\cdot a_{BP}=-1 volgt \frac{p-3}{2}\cdot \frac{p-7}{-6}=-1
  • \frac{(p-3)(p-7)}{-12}=-1
    (p-3)(p-7)=12
    p^2-10p+21=12
    p^2-10p+9=0
  • (p-9)(p-1)=0
    p=9\vee p=1
    Conclusie: P(0,9) en Q(0,1)

Uitwerking met inwendig product:
  • Noem P(0,p)
  • \overrightarrow{AP} =\begin{pmatrix}0\\p\end{pmatrix}-\begin{pmatrix}-2\\3\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}2\\p-3\end{pmatrix}
  • \overrightarrow{BP} =\begin{pmatrix}0\\p\end{pmatrix}-\begin{pmatrix}6\\7\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}-6\\p-7\end{pmatrix}
  • Uit \overrightarrow{AP}\cdot \overrightarrow{BP}=0 volgt \begin{pmatrix}2\\p-3\end{pmatrix}\cdot \begin{pmatrix}-6\\p-7\end{pmatrix}=0
  • 2\cdot -6+(p-3)(p-7)=0
    -12+p^2-10p+21=
    p^2-10p+9=0
  • (p-9)(p-1)=0
    p=9\vee p=1
    Conclusie: P(0,9) en Q(0,1)

In figuur 2 is de lijn door A en B getekend. Ook is een cirkel getekend met middelpunt M(-3,0). Deze cirkel snijdt de lijn door A en B in de punten R en S met RS=6\sqrt{5}.

Opdracht 7: (6 punten)
Bereken exact de straal van de cirkel.

Aanpak:

Bij dit soort vragen zijn er vaak twee type oplossingen:

  • Een oplossing waarbij je alles in het plaatje in één variabele uitdrukt totdat je een vergelijking hebt waarmee je de variabele kunt berekenen (in dit geval is die variabele de straal r die we moeten berekenen).
  • Een mooiere oplossing waarvoor je iets slims moet zien.

Voor de oplossing waarin je alles in r gaat uitdrukken, willen we uiteindelijk toewerken naar een uitdrukking van RS in r, omdat de lengte van RS gegeven is. Hier kom je via de volgende stappen:

  • Stel een formule op van de cirkel met middelpunt M(-3,0) en straal r.
  • Stel de formule op van de lijn AB.
  • Druk de x-coördinaten van R en S uit in r.
  • Druk de y-coördinaten van R en S uit in r.
  • Druk de afstand RS uit in r.
  • Stel de gevonden afstand gelijk aan 6\sqrt{5} die in de opgave gegeven is.

De mooiere oplossing krijg je door de stralen in te tekenen en dan te zoeken naar een rechthoekige driehoek die je kunt gebruiken (die is er vaak bij cirkelvragen). In het plaatje hieronder is deze al aangegeven. De opdracht is dan nog om de afstand van M tot T te berekenen. Dat kan met het stappenplan voor de afstand tussen een punt en een lijn.

Uitwerking met afstand M tot AB:
  • a_{AB} =\frac{7-3}{6--2}=\frac{1}{2}
    \left.\begin{matrix}y=\frac{1}{2}x+b\\ (6,7)\end{matrix}\right\} \frac{1}{2}\cdot 6+b=7
    b=4, dus y=\frac{1}{2}x+4
  • a_{\text{loodlijn}}=\frac{-1}{\frac{1}{2}}=-2
    \left.\begin{matrix}y=-2x+b\\ (-3,0)\end{matrix}\right\} y=-2\cdot -3+b=0
    b=-6, dus y=-2x-6
  • Voor het snijpunt van y=-2x-6 en y=\frac{1}{2}x+4 geldt:
    \frac{1}{2}x+4=-2x-6
    2\frac{1}{2}x=-10
    x=-4
    Dit invullen in y=-2x-6 geeft y=-2\cdot -4-6=2.
    Het snijpunt is dus T(-4,2)
  • d(M, \text{lijn AB})=\sqrt{(x_T-x_M)^2+(y_T-y_M)^2}
    d(M, \text{lijn AB})=\sqrt{(-4--3)^2+(2-0)^2}=\sqrt{5}
  • RT=\frac{1}{2}RS=3\sqrt{5}
    Met Pythagoras in driehoek \triangle MRT geldt:
    MT^2+RT^2=M^2
    (\sqrt{5})^2+(3\sqrt{5})^2=r^2
  • 5+45=r^2
    50=r^2
    r=\sqrt{50}

Uitwerking met snijpunten lijn en cirkel:
  • a_{AB} =\frac{7-3}{6--2}=\frac{1}{2}
    \left.\begin{matrix}y=\frac{1}{2}x+b\\ (6,7)\end{matrix}\right\} \frac{1}{2}\cdot 6+b=7
    b=4, dus y=\frac{1}{2}x+4
  • De formule van de cirkel is (x+3)^2+y^2=r^2
    \left.\begin{matrix}y=\frac{1}{2}x+4\\ (x+3)^2+y^2=r^2 \end{matrix}\right\} (x+3)^2+(\frac{1}{2}x+4)^2=r^2
  • x^2+6x+9+\frac{1}{4}x^2+4x+16=r^2
    4x^2+24x+36+x^2+16x+64=4r^2
    5x^2+40x+100-4r^2=0
    x^2+8x+20-\frac{4}{5}r^2=0
    D=8^2-4\cdot 1\cdot(20-\frac{4}{5}r^2)=64-80+\frac{16}{5}r^2=\frac{16}{5}r^2-16
    x=\frac{-8+\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}}{2\cdot 1}\vee x=\frac{-8-\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}}{2\cdot 1}
  • x_S=-4+\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}\vee x_R=-4-\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}
    y_R=\frac{1}{2}x_R+4 = \frac{1}{2}(-4-\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})+4
    y_R=-2-\frac{1}{4}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}+4=2-\frac{1}{4}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}
    y_S=\frac{1}{2}x_S+4 = \frac{1}{2}(-4+\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})+4
    y_S=-2+\frac{1}{4}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}+4=2+\frac{1}{4}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}
  • RS^2=(x_S-x_R)^2+(y_S-y_R)^2
    RS^2=(-4+\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}-(-4-\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}))^2+(2+\frac{1}{4}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}-(2-\frac{1}{4}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}))^2
    RS^2=(\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})^2+(\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})^2
    RS^2=\frac{16}{5}r^2-16+\frac{1}{4}(\frac{16}{5}r^2-16})
    RS^2=\frac{16}{5}r^2-16+\frac{4}{5}r^2-4
    RS^2=4r^2-20
  • We hebben ook RS^2=(6\sqrt{5})^2=180
    Dus 4r^2-20=180
    4r^2=200
    r^2=50
    r=\sqrt{50} (of een vereenvoudigde vorm als 5\sqrt{2})

Uitwerking met alleen x-coördinaten snijpunten lijn en cirkel:
  • a_{AB} =\frac{7-3}{6--2}=\frac{1}{2}
    \left.\begin{matrix}y=\frac{1}{2}x+b\\ (6,7)\end{matrix}\right\} \frac{1}{2}\cdot 6+b=7
    b=4, dus y=\frac{1}{2}x+4
  • De formule van de cirkel is (x+3)^2+y^2=r^2
    \left.\begin{matrix}y=\frac{1}{2}x+4\\ (x+3)^2+y^2=r^2 \end{matrix}\right\} (x+3)^2+(\frac{1}{2}x+4)^2=r^2
  • x^2+6x+9+\frac{1}{4}x^2+4x+16=r^2
    4x^2+24x+36+x^2+16x+64=4r^2
    5x^2+40x+100-4r^2=0
    x^2+8x+20-\frac{4}{5}r^2=0
    D=8^2-4\cdot 1\cdot(20-\frac{4}{5}r^2)=64-80+\frac{16}{5}r^2=\frac{16}{5}r^2-16
    x=\frac{-8+\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}}{2\cdot 1}\vee x=\frac{-8-\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}}{2\cdot 1}
  • x_S=-4+\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}\vee x_R=-4-\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}
    x_S-x_R=-4+\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}-(-4-\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})
    x_S-x_R=\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}
    Aangezien de richtingscoëfficiënt van RS gelijk is aan \frac{1}{2} geldt y_S-y_R=\frac{1}{2}(x_S-x_R)
    y_S-y_R=\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16}
  • RS^2=(x_S-x_R)^2+(y_S-y_R)^2
    RS^2=(\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})^2+(\frac{1}{2}\sqrt{\frac{16}{5}r^2-16})^2
    RS^2=\frac{16}{5}r^2-16+\frac{1}{4}(\frac{16}{5}r^2-16})
    RS^2=\frac{16}{5}r^2-16+\frac{4}{5}r^2-4
    RS^2=4r^2-20
  • We hebben ook RS^2=(6\sqrt{5})^2=180
    Dus 4r^2-20=180
    4r^2=200
    r^2=50
    r=\sqrt{50} (of een vereenvoudigde vorm als 5\sqrt{2})