HAVO Wiskunde B

Hoek tussen lijnen

Opdracht 5a:
Bereken algebraïsch de hoek tussen de lijnen y=3x+2 en y=x+5. Rond af op één decimaal.

Uitwerking:

Stap 1: Bereken de hellingshoek \alpha en \beta van beide lijnen:
\tan(\alpha)=3 geeft \alpha=\tan^{-1}(3)=71{,}565\ldots^{\circ}
\tan(\beta)=1 geeft \beta=\tan^{-1}(1)=45^{\circ}

Stap 2: Hoek is verschil van hellingshoeken:
De hellingshoek is \alpha - \beta = 71{,}565\ldots^{\circ} - 45^{\circ} = 26{,}6^{\circ}.

Opdracht 5b:
Bereken algebraïsch de hoek tussen de lijnen y=4x+7 en y=-x+3. Rond af op één decimaal.

Uitwerking:

Stap 1: Bereken de hellingshoek \alpha en \beta van beide lijnen:
\tan(\alpha)=4 geeft \alpha=\tan^{-1}(4)=75{,}963\ldots^{\circ}
\tan(\beta)=-1 geeft \beta=\tan^{-1}(-1)=-45^{\circ}

Stap 2: Hoek is verschil van hellingshoeken:
\alpha - \beta = 75{,}963\ldots^{\circ} - -45^{\circ} = 120{,}963\ldots^{\circ}.
De hellingshoek is 180^{\circ}-120{,}963\ldots^{\circ} \approx 59{,}0^{\circ}.

Opdracht 5c:
Bereken algebraïsch de hoek tussen de lijnen y=\frac{5}{2}x+7 en y=-2x+3. Rond af op één decimaal.

Uitwerking:

Stap 1: Bereken de hellingshoek \alpha en \beta van beide lijnen:
\tan(\alpha)=\frac{5}{2} geeft \alpha=\tan^{-1}(\frac{5}{2})=68{,}198\ldots^{\circ}
\tan(\beta)=-2 geeft \beta=\tan^{-1}(-2)=-63{,}434\ldots^{\circ}

Stap 2: Hoek is verschil van hellingshoeken:
\alpha - \beta = 68{,}198\ldots^{\circ} - -63{,}434\ldots^{\circ} = 131{,}633\ldots^{\circ}.
De hellingshoek is 180^{\circ}-131{,}633\ldots^{\circ} \approx 48{,}4^{\circ}.

Opdracht 5d:
Bereken algebraïsch de hoek tussen de lijnen y=\frac{7}{2}x+7 en y=5x+3. Rond af op één decimaal.

Uitwerking:

Stap 1: Bereken de hellingshoek \alpha en \beta van beide lijnen:
\tan(\alpha)=5 geeft \alpha=\tan^{-1}(5)=78{,}690\ldots^{\circ}
\tan(\beta)=\frac{7}{2} geeft \beta=\tan^{-1}(\frac{7}{2})=74{,}054\ldots^{\circ}

Stap 2: Hoek is verschil van hellingshoeken:
De hellingshoek is \alpha - \beta = 78{,}690\ldots^{\circ} -74{,}054\ldots^{\circ} \approx 4{,}6^{\circ}.

Raaklijn aan cirkel

Opdracht 5e:
Stel via exacte weg de formule op van de raaklijn aan de cirkel (x+5)^2+(y-7)^2=5 die door het punt A(-3,8) op de cirkel gaat.

Uitwerking:

Stap 1: Richtingscoëfficiënt van AM bepalen:
Het middelpunt is M(-5,7)
a_{AM}=\frac{y_M-Y_A}{x_M-x_A}=\frac{7-8}{-5--3}=\frac{1}{2}

Stap 2: Richtingscoëfficiënt van raaklijn bepalen:
Omdat de raaklijnen loodrecht staan, geldt: a=\frac{-1}{\frac{1}{2}}=-2

Stap 3: Begingetal bepalen
\left.\begin{matrix}y=-2x+b\\ (-3,8)\end{matrix}\right\} -2\cdot -3+b=8
b=2
De raaklijn is dus y=-2x+2.

Opdracht 5f:
Stel via exacte weg de formule op van de raaklijn aan de cirkel (x-3)^2+(y+4)^2=17 die door het punt B(-1,-3) op de cirkel gaat.

Uitwerking:

Stap 1: Richtingscoëfficiënt van BM bepalen:
Het middelpunt is M(3,-4)
a_{BM}=\frac{y_M-Y_B}{x_M-x_B}=\frac{-4--3}{3--1}=-\frac{1}{4}

Stap 2: Richtingscoëfficiënt van raaklijn bepalen:
Omdat de raaklijnen loodrecht staan, geldt: a=\frac{-1}{-\frac{1}{4}}=4

Stap 3: Begingetal bepalen
\left.\begin{matrix}y=4x+b\\ (-1,-3)\end{matrix}\right\} 4\cdot -1+b=-3
b=1
De raaklijn is dus y=4x+1.

Opdracht 5g:
Stel via exacte weg de formule op van de raaklijn aan de cirkel (x-2)^2+(y-7)^2=26 die door het punt C(3,12) op de cirkel gaat.

Uitwerking:

Stap 1: Richtingscoëfficiënt van CM bepalen:
Het middelpunt is M(2,7)
a_{CM}=\frac{y_M-Y_C}{x_M-x_C}=\frac{7-12}{2-3}=5

Stap 2: Richtingscoëfficiënt van raaklijn bepalen:
Omdat de raaklijnen loodrecht staan, geldt: a=\frac{-1}{5}=-\frac{1}{5}

Stap 3: Begingetal bepalen
\left.\begin{matrix}y=-\frac{1}{5}x+b\\ (3,12)\end{matrix}\right\} -\frac{1}{5}\cdot 3+b=12
b=12 \frac{3}{5}
De raaklijn is dus y=-\frac{1}{5}x+12\frac{3}{5}.

Opdracht 5h:
Stel via exacte weg de formule op van de raaklijn aan de cirkel (x-4)^2+(y-1)^2=18 die door het punt A(7,4) op de cirkel gaat.

Uitwerking:

Stap 1: Richtingscoëfficiënt van AM bepalen:
Het middelpunt is M(4,1)
a_{AM}=\frac{y_M-Y_A}{x_M-x_A}=\frac{4-7}{1-4}=1

Stap 2: Richtingscoëfficiënt van raaklijn bepalen:
Omdat de raaklijnen loodrecht staan, geldt: a=\frac{-1}{1}=-1

Stap 3: Begingetal bepalen
\left.\begin{matrix}y=-x+b\\ (7,4)\end{matrix}\right\} -\cdot -7+b=4
b=11
De raaklijn is dus y=-x+11.

Nagaan of lijn cirkel raakt

Opdracht 5i:
Onderzoek met een exacte berekening of y=x-7 een raaklijn is van (x-3)^2+(y-2)^2=18.

Uitwerking:

Stap 1: Substitueer de formule van de lijn in de cirkel.
\left.\begin{matrix}(x-3)^2+(y-2)^2=18\\ y=x-7\end{matrix}\right\} (x-3)^2+(x-7-2)^2=18
(x-3)^2+(x-9)^2=18

Stap 2: Vergelijking oplossen
x^2-6x+9+x^2-18x+81=18
2x^2-24x+72=0
x^2-12x-36=0
(x-6)^2=0
x=6
Conclusie: Aangezien de lijn en de cirkel één snijpunt hebben, is de lijn een raaklijn.

Opdracht 5j:
Onderzoek met een exacte berekening of y=\frac{5}{2}x-1 een raaklijn is van (x-5)^2+(y+3)^2=29.

Uitwerking:

Stap 1: Substitueer de formule van de lijn in de cirkel.
\left.\begin{matrix}(x-5)^2+(y+3)^2=29\\ y=\frac{5}{2}x-1\end{matrix}\right\} (x-5)^2+(\frac{5}{2}x-1+3)^2=29
(x-5)^2+(\frac{5}{2}x+2)^2=29

Stap 2: Vergelijking oplossen
x^2-10x+25+\frac{25}{4}x^2+10x+4=29
\frac{29}{4}x^2=0
x^2=0
x=0
Conclusie: Aangezien de lijn en de cirkel één snijpunt hebben, is de lijn een raaklijn.

Opdracht 5k:
Onderzoek met een exacte berekening of y=x-7 een raaklijn is van (x-3)^2+(y+5)^2=25.

Uitwerking:

Stap 1: Substitueer de formule van de lijn in de cirkel.
\left.\begin{matrix}(x-3)^2+(y+5)^2=25\\ y=x-7\end{matrix}\right\} (x-3)^2+(x-7+5)^2=25
(x-3)^2+(x-2)^2=25

Stap 2: Vergelijking oplossen
x^2-6x+9+x^2-4x+4=25
2x^2-10x-12=0
x^2-5x-6=0
(x-6)(x+1)=0
x=6\vee x=-1
Conclusie: Aangezien de lijn en de cirkel twee snijpunten hebben, is de lijn geen raaklijn.

Opdracht 5l:
Onderzoek met een exacte berekening of y=-x+7 een raaklijn is van (x-1)^2+y^2=18.

Uitwerking:

Stap 1: Substitueer de formule van de lijn in de cirkel.
\left.\begin{matrix}(x-1)^2+y^2=18\\ y=-x+7\end{matrix}\right\} (x-1)^2+(-x+7)^2=18

Stap 2: Vergelijking oplossen
x^2-2x+1+x^2-14x+49=18
2x^2-16x+32=0
x^2-8x-16=0
(x-4)^2=0
x=4
Conclusie: Aangezien de lijn en de cirkel één snijpunt hebben, is de lijn een raaklijn.

Afstand punt tot lijn

Opdracht 5m:
Bereken exact de afstand van A(7,3) tot de lijn y=3x+2.

Uitwerking:

Stap 1: Stel de formule van de loodlijn op die door punt A gaat.
a_{\text{loodlijn}}=\frac{-1}{3}=-\frac{1}{3}.
\left.\begin{matrix}y=-\frac{1}{3}x+b\\ (7,3)\end{matrix}\right\} 3=-\frac{1}{3}\cdot 7+b
b=5 \frac{1}{3}
y=-\frac{1}{3}x+5\frac{1}{3}

Stap 2: Snijpunt van loodlijn met lijn berekenen
-\frac{1}{3}x+5\frac{1}{3}=3x+2
-3\frac{1}{3}x=-3\frac{1}{3}
x=1
y=3\cdot 1+2=5, dus het snijpunt is S(1,5).

Stap 3: Afstand tussen punt A en snijpunt berekenen.
d(A,S)=\sqrt{(7-1)^2+(3-5)^2}=\sqrt{40}
De afstand tussen A(7,3) tot de lijn y=3x+2 is dus \sqrt{40}.

Opdracht 5n:
Bereken exact de afstand van A(6,4) tot de lijn y=4x-3.

Uitwerking:

Stap 1: Stel de formule van de loodlijn op die door punt A gaat.
a_{\text{loodlijn}}=\frac{-1}{4}=-\frac{1}{4}.
\left.\begin{matrix}y=-\frac{1}{4}x+b\\ (6,4)\end{matrix}\right\} 4=-\frac{1}{4}\cdot 6+b
b=5 \frac{1}{2}
y=-\frac{1}{4}x+5\frac{1}{2}

Stap 2: Snijpunt van loodlijn met lijn berekenen
-\frac{1}{4}x+5\frac{1}{2}=4x-3
-4\frac{1}{4}x=-8\frac{1}{2}
x=2
y=4\cdot 2-3=5, dus het snijpunt is S(2,5).

Stap 3: Afstand tussen punt A en snijpunt berekenen.
d(A,S)=\sqrt{(2-6)^2+(5-4)^2}=\sqrt{17}
De afstand tussen A(6,4) tot de lijn y=4x-3 is dus \sqrt{17}.

Opdracht 5o:
Bereken exact de afstand van A(8,1) tot de lijn y=\frac{1}{2}x+2.

Uitwerking:

Stap 1: Stel de formule van de loodlijn op die door punt A gaat.
a_{\text{loodlijn}}=\frac{-1}{\frac{1}{2}}=-2.
\left.\begin{matrix}y=-2x+b\\ (8,1)\end{matrix}\right\} 1=-2\cdot 8+b
b=17
y=-2x+17

Stap 2: Snijpunt van loodlijn met lijn berekenen
-2x+17=\frac{1}{2}x+2
-2\frac{1}{2}x=-15
x=6
y=\frac{1}{2}\cdot 6+2=5, dus het snijpunt is S(6,5).

Stap 3: Afstand tussen punt A en snijpunt berekenen.
d(A,S)=\sqrt{(6-8)^2+(5-1)^2}=\sqrt{20}
De afstand tussen A(8,1) tot de lijn y=\frac{1}{2}x+2 is dus \sqrt{20}.

Opdracht 5p:
Bereken exact de afstand van A(8,8) tot de lijn y=\frac{1}{3}x+2.

Uitwerking:

Stap 1: Stel de formule van de loodlijn op die door punt A gaat.
a_{\text{loodlijn}}=\frac{-1}{\frac{1}{3}}=-3.
\left.\begin{matrix}y=-3x+b\\ (8,8)\end{matrix}\right\} 8=-3\cdot 8+b
b=32
y=-3x+32

Stap 2: Snijpunt van loodlijn met lijn berekenen
-3x+32=\frac{1}{3}x+2
-3\frac{1}{3}x=-30
x=9
y=\frac{1}{3}\cdot 9+2=5, dus het snijpunt is S(9,5).

Stap 3: Afstand tussen punt A en snijpunt berekenen.
d(A,S)=\sqrt{(9-8)^2+(5-8)^2}=\sqrt{10}
De afstand tussen A(8,8) tot de lijn y=\frac{1}{3}x+2 is dus \sqrt{10}.