HAVO Wiskunde B

Formule van sinus opstellen

Opdracht 3a:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \sin(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{5+1}{2}=3
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 5-3=2
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=\frac{\pi}{2} en x=\frac{3\pi}{2}. De periode is dus \frac{3\pi}{2}-\frac{\pi}{2}=\pi.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{\pi}=2
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=\frac{\pi}{2}, dus d=\frac{\pi}{2}.
  • De formule is y=3+2\sin(2(x-\frac{\pi}{2})).

Opdracht 3b:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \sin(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{10+-2}{2}=4
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 10-4=6
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=0{,}5 en x=1{,}5. De periode is dus 1{,}5-0{,}5=1.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{1}=2\pi
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=0{,}5, dus d=0{,}5.
  • De formule is y=4+6\sin(2\pi(x-0{,}5)).

Opdracht 3c:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \sin(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{8+2}{2}=5
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 8-5=3
  • De grafiek heeft een maximum bij x=-\frac{\pi}{6} en x=\frac{\pi}{2}. De periode is dus \frac{\pi}{2}--\frac{\pi}{6}=\frac{2}{3}\pi.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{\frac{2}{3}\pi}=3
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=\frac{\pi}{3}, dus d=\frac{\pi}{3}.
  • De formule is y=5+3\sin(3(x-\frac{\pi}{3})).

Opdracht 3d:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \sin(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{4+2}{2}=3
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 4-3=1
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=1 en x=3. De periode is dus 3-1=2.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{2}=\pi
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=1, dus d=1.
  • De formule is y=3+\sin(\pi(x-1)).

Formule van cosinus opstellen

Opdracht 3e:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \cos(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{3+-5}{2}=-1
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 3--1=4
  • De grafiek heeft een maximum bij x=0{,}5 en x=2{,}5. De periode is dus 2{,}5-0{,}5=2.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{2}=\pi
  • De grafiek heeft een maximum bij x=0,5. Dat geeft d=0.
  • De formule is y=-1+4\cos(\pi (x-0{,}5)).

Opdracht 3f:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \cos(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{-1+-5}{2}=-3
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = -1--3=2
  • De grafiek heeft een maximum bij x=0 en x=\frac{\pi}{2}. De periode is dus \frac{\pi}{2}-0=\frac{1}{2}\pi.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{\frac{1}{2}\pi}=4
  • De grafiek heeft een maximum bij x=0. Dat geeft d=0 en we kunnen dat stukje van de vergelijking weglaten.
  • De formule is y=-3+2\cos(4x).

Opdracht 3g:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \cos(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{9+-1}{2}=4
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 9-4=5
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=\frac{\pi}{2} en x=\frac{3\pi}{2}. De periode is dus \frac{3\pi}{2}--\frac{\pi}{2}=\pi.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{\pi}=2
  • De grafiek heeft een maximum een kwart periode nadat hij bij x=\frac{\pi}{2} door de evenwichtsstand gaat. Dat is bij d=\frac{\pi}{2}+\frac{1}{4}\cdot \pi =\frac{3}{4}\pi.
  • De formule is y=4+5\cos(2(x-\frac{3}{4}\pi)).

Opdracht 3h:
Stel een formule van de vorm y=a+b\cdot \cos(c(x-d)) op bij de grafiek hieronder.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{5+-1}{2}=2
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 5-2=3
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=0 en x=1. De periode is dus 1-0=1.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{1}=2\pi
  • De grafiek gaat stijgend door de evenwichtsstand bij x=0. Het maximum is een kwart periode later. Dat geeft d=0+\frac{1}{4}\cdot 1=\frac{1}[4}.
  • De formule is y=2+3\cos(2\pi (x-\frac{1}{4})).

Formule opstellen met punten gegeven

Opdracht 3i:
Van een sinusoïde is gegeven dat een minimum gelijk is aan (2,8). Het eerstvolgende maximum is (8,22). Stel een formule op van deze sinusoïde.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{8+22}{2}=15
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 22-15=7
  • Een halve periode is 8-2=6. De periode is dus 2\cdot 6=12.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{12}=\frac{1}{6}\pi
  • Een x-waarde bij een maximum is x=8. Dus d=8 als we een cosinus nemen.
  • De formule is y=15+7\cos(\frac{1}{6}\pi (x-8)).

Opdracht 3j:
Van een sinusoïde is gegeven dat een maximum gelijk is aan (20,14). Het eerstvolgende minimum is (30,4). Stel een formule op van deze sinusoïde.

Uitwerking:
  • a=\frac{y_\text{max}+y_\text{min}}{2}=\frac{14+4}{2}=9
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 14-9=5
  • Een halve periode is 30-20=10. De periode is dus 2\cdot 10=20.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{20}=\frac{1}{10}\pi
  • Een x-waarde bij een maximum is x=20. Dus d=20 als we een cosinus nemen.
  • De formule is y=9+5\cos(\frac{1}{10}\pi (x-20)).

Opdracht 3k:
Van een sinusoïde is gegeven dat een maximum gelijk is aan (5,10). Het eerstvolgende snijpunt met de evenwichtsstand is (10,4). Stel een formule op van deze sinusoïde.

Uitwerking:
  • a=4 (a staat voor de y-waarde van de evenwichtsstand.
  • b=\text{maximum} - \text{evenwichtsstand} = 10-4=6
  • Een kwart periode is 10-5=5. De periode is dus 4\cdot 5=20.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{20}=\frac{1}{10}\pi
  • Een x-waarde bij een maximum is x=5. Dus d=5 als we een cosinus nemen.
  • De formule is y=4+6\cos(\frac{1}{10}\pi (x-5)).

Opdracht 3l:
Van een sinusoïde is gegeven dat een minimum gelijk is aan (20,-14). Het eerstvolgende snijpunt met de evenwichtsstand is (22,-4). Stel een formule op van deze sinusoïde.

Uitwerking:
  • a=-4 (a staat voor de y-waarde van de evenwichtsstand.
  • b=\text{evenwichtsstand} - \text{minimum} = -4--14=10
  • Een kwart periode is 22-20=2. De periode is dus 4\cdot 2=8.
  • c=\frac{2\pi}{\text{periode}}=\frac{2\pi}{8}=\frac{1}{4}\pi
  • Een x-waarde waar die stijgend door de evenwichtsstand gaat, is x=22. Dus d=22 als we een sinus nemen.
  • De formule is y=-4+10\sin(\frac{1}{4}\pi (x-22)).

Zoveelste top bepalen

Opdracht 3m:
Bereken exact de coördinaten van het 100ste maximum rechts van de y-as van y=5+4\sin(3(x-\frac{1}{3}\pi)).

Uitwerking:
  • y_{\text{max}}=5+4=9
  • De periode is \frac{2\pi}{3}=\frac{2}{3}\pi.
  • Het beginpunt is (\frac{1}{3}\pi,5). Het eerste maximum is een kwart periode verder. Dat is bij \frac{1}{3}\pi+\frac{1}{4}\cdot \frac{2}{3}\pi=\frac{1}{2}\pi.
  • Het 100ste maximum is nog 99 periode’s verder. Dat is dus bij \frac{1}{2}\pi+99\cdot \frac{2}{3}\pi = 66\frac{1}{2}\pi.
  • De coördinaten van het 100ste maximum zijn (66\frac{1}{2}\pi, 9).

Opdracht 3n:
Bereken exact de coördinaten van het 50ste minimum rechts van de y-as van y=3+2\sin(2(x-\frac{1}{2}\pi)).

Uitwerking:
  • y_{\text{min}}=3-2=1
  • De periode is \frac{2\pi}{2}=\pi.
  • Het beginpunt is (\frac{1}{2}\pi,3). Het eerste minimum rechts van de y-as is een kwart periode terug. Dat is bij \frac{1}{2}\pi-\frac{1}{4}\cdot \pi=\frac{1}{4}\pi.
  • Het 50ste minimum is nog 49 periode’s verder. Dat is dus bij \frac{1}{4}\pi+49\cdot \pi = 49\frac{1}{2}\pi.
  • De coördinaten van het 50ste minimum zijn (49\frac{1}{2}\pi, 1).

Opdracht 3o:
Bereken exact de coördinaten van het 200ste minimum rechts van de y-as van y=-6+7\cos(4(x-\frac{1}{8}\pi)).

Uitwerking:
  • y_{\text{min}}=-6-7=-13
  • De periode is \frac{2\pi}{4}=\frac{1}{2}\pi.
  • Het beginpunt is (\frac{1}{8}\pi,1). Het eerste minimum rechts van de y-as is een halve periode daarna. Dat is bij \frac{1}{8}\pi+\frac{1}{2}\cdot \frac{1}{2}\pi=\frac{3}{8}\pi.
  • Het 200ste minimum is nog 199 periode’s verder. Dat is dus bij \frac{3}{8}\pi+199\cdot \frac{1}{2}\pi = 99\frac{7}{8}\pi.
  • De coördinaten van het 200ste minimum zijn (99\frac{7}{8}\pi, -13).

Opdracht 3p:
Bereken exact de coördinaten van het 50ste maximum rechts van de y-as van y=2+\cos(2(x-1\frac{1}{2}\pi)).

Uitwerking:
  • y_{\text{max}}=2+1=3
  • De periode is \frac{2\pi}{2}=\pi.
  • Het beginpunt is (1\frac{1}{2}\pi,3). Het eerste maximum rechts van de y-as is een periode daarvoor. Dat is bij 1\frac{1}{2}\pi-\pi=\frac{1}{2}\pi.
  • Het 50ste maximum is nog 49 periode’s verder. Dat is dus bij \frac{1}{2}\pi+49\cdot \pi = 49\frac{1}{2}\pi.
  • De coördinaten van het 50ste maximum zijn (49\frac{1}{2}\pi, 3).