Cirkels en lijnstuk
Over de cirkel met middelpunt
en straal 1 beweegt een punt
met bewegingsvergelijkingen:

Over de cirkel met middelpunt
en straal 2 beweegt een punt
met bewegingsvergelijkingen:

In de figuren 1 en 2 zijn de twee cirkel en het lijnstuk
getekend voor de tijdstippen
en
.

Op de tijdstippen waarop
zich op de
-as bevindt, bevindt
zich op de lijn met vergelijking
of op de lijn met vergelijking
.
Opdracht 3: (5 punten)
Bewijs dit.
Formuleblad:

Aanpak:
De meest voor de hand liggende manier om deze vraag op te lossen is door eerst de tijdstippen te berekenen dat
op de
-as zit met
. Vervolgens bereken je de coördinaten van
op deze tijdstippen. Als al deze punten
op de lijn
of
zitten, ben je klaar en kun je de conclusie trekken.
Overigens is de alternatieve oplossing sneller. Die maakt slim gebruik van het feit dat je weet dat je op
wilt uitkomen. Dat houdt in dat je
wilt krijgen. Dat kun je direct krijgen uit
, het formuleblad en kennis van het merkwaardige product
.
Uitwerking met
-waarden snijpunt met
-as berekenen:
geeft 



Op
geeft dat 
- Voor punt
geldt op die tijdstippen dan:



- De punten
en
liggen op de lijn
en de punten
en
liggen op
.
Conclusie: Als
op de
-as is, bevindt
zich op
of
.
Uitwerking met
herschrijven:
geeft 

- Met het formuleblad wordt dit

- Dit ontbindt tot

- Dit geeft


- Hierin
en
invullen geeft:
Conclusie: Als
op de
-as is, bevindt
zich op
of
.
In figuur 3 is het lijnstuk
getekend op een tijdstip waarop het horizontaal is en boven de
-as ligt.

Er zijn twee tijdstippen waarop het lijnstuk
horizontaal is en onder de
-as ligt.
Opdracht 4: (6 punten)
Bereken voor één van deze tijdstippen de coördinaten van
, afgerond op één decimaal, en teken het bijbehorende lijnstuk
in de figuur op de uitwerkbijlage.
Aanpak:
Lijnstuk
is horizontaal als
. Die vergelijking moeten we dus oplossen. Aangezien er geen exact, algebraïsch of bewijs in de opgave staat, mag dit met de grafische rekenmachine. Dit geeft vier oplossingen voor
. Vervolgens moeten we met proberen erachter komen bij welke van deze oplossingen
en
onder de
-as liggen. Zodra we zo’n tijdstip gevonden hebben, berekenen we de coördinaten van
en
. Tot slot tekenen we deze op de uitwerkbijlage samen met het lijnstuk
.
Uitwerking met
:
geeft 
- Voer in

- Optie snijpunt geeft



Dus


- Het maken van de volgende tekening op de uitwerkbijlage:

Uitwerking met
:
geeft 
- Voer in

- Optie snijpunt geeft



Dus


- Het maken van de volgende tekening op de uitwerkbijlage:

Op het interval
is er één tijdstip waarop lijnstuk
raakt aan de kleinste cirkel. Zie figuur 4.

Op dit tijdstip staat de vector
loodrecht op de vector
.
Opdracht 5: (6 punten)
Bereken exact dit tijdstip.
Formuleblad:

Aanpak:
Feitelijk moeten we berekenen wanneer
. Zoiets kan eigenlijk altijd op vier manieren:
- Door te berekenen wanneer

- Door te berekenen wanneer

- Door te berekenen wanneer
op de cirkel met middellijn
ligt (hier gebruik je Thales) - Door te berekenen wanneer de stelling van Pythagoras geldt in

Dat gezegd hebbende is er vaak een manier die het meest voor de hand ligt in een opgave. Dat is hier het inproduct van de vectoren gelijkstellen aan nul, omdat ze het in de opgave al over de vectoren hebben. Je weet dus van tevoren dat die manier in ieder geval wel mooi uit zal komen.
Ongeacht welke van de bovenstaande vier vergelijken je gebruikt, kom je altijd uit op een brei van sinussen en cosinussen. De truc op het examen is dan vaak om een combinatie te gebruiken van
en formules die op het formuleblad staan. Voor leerlingen ligt vaak de oplossing waarbij je
en
invult het meest voor de hand (zie oplossing 2 hieronder). Nog sneller gaat het echter als je herkent dat je een som hebt van de vorm
en dat dit overeen komt met de formule voor
van het formuleblad.
Uitwerking met inproduct = 0 en de formule voor
:


geeft 





- Met de formule
van het formuleblad wordt dit:


Op het interval
is dit dus op het tijdstip
.
Uitwerking met inproduct = 0 en de verdubbelingsformules:


geeft 





- Met de formules
en
van het formuleblad wordt dit:



Op het interval
is dit dus op het tijdstip
.
Uitwerking met
:


- De vectoren
en
staan loodrecht als
. Als dat het geval is, geldt
. Dit geeft 





- Met de formule
van het formuleblad wordt dit:


Op het interval
is dit dus op het tijdstip
.
Uitwerking met Thales:
- Het midden
van
heeft coördinaten 
, want
ligt op de cirkel met straal 2 en middelpunt
. 
De cirkel met middelllijn
heeft als vergelijking 
- De vectoren
en
staan loodrecht als
. Als dat het geval is, ligt
op de cirkel met middellijn
. Punt
hierin invullen geeft: 
- Haakjes uitwerken geeft:


- Met
en de formule
van het formuleblad wordt dit:



Op het interval
is dit dus op het tijdstip
.
Uitwerking met Pythagoras:
, want
ligt op de cirkel met straal 1 en middelpunt
.
, want
ligt op de cirkel met straal 2 en middelpunt
.

- De vectoren
en
staan loodrecht als
. Als dat het geval is, geldt Pythagoras in
. Dat geeft: 

- Haakjes uitwerken geeft:


- Met
en de formule
van het formuleblad wordt dit:



Op het interval
is dit dus op het tijdstip
.