Les 6: Complex vlak

Poolcoördinaten

Er zijn twee manieren hoe je van de oorsprong naar het complexe getal 1+i kunt lopen:

  • Via de roosterlijnen:
    In dat geval ga je eerst 1 naar rechts en dan 1 omhoog. Deze is met zwarte vectoren aangegeven in de figuur hieronder.
  • Direct:
    In dat geval draai je eerst 45 graden vanaf de positieve x-as en loop je dan een afstand van \sqrt{2}. Deze is met een rode vector aangegeven in de onderstaande figuur.

De route via de zwarte lijnen noemen we Carthesische coördinaten. Het getal 1+i heeft dus (x,y)=(1,1) als Carthesische coördinaten.
De route via de rode lijnen noemen we poolcoördinaten. Het getal 1+i heeft als poolcoördinaten (\sqrt{2}, \frac{1}{4}\pi). Hierbij is het eerste getal de afstand r tot de oorsprong en het tweede getal de hoek \theta in radialen ten opzichte van de positieve horizontale as (tegen de klok in).

Opdracht 5:
a) Zet (5; 0{,}88) om van poolcoördinaten naar de vorm a+bi. Rond zo nodig af op twee decimalen.
b) Zet (4,\frac{1}{3}\pi) om van poolcoördinaten naar de vorm a+bi. Rond zo nodig af op drie decimalen.
c) Zet (3; 5{,}1) om van poolcoördinaten naar de vorm a+bi. Rond zo nodig af op drie decimalen.naar poolcoördinaten. Rond af op drie decimalen.

Uitwerking a:

In het plaatje hieronder zie je dat we het reële stuk kunnen berekenen met behulp van een cosinus en het imaginaire stuk met een sinus. De Carthesische coördinaten worden dus 5\cos(0{,}88)+5\sin(0{,}88)i\approx 3{,}19+3{,}85i

Uitwerking b:

Op dezelfde manier als bij opdracht a krijgen we 4\cos(\frac{1}{3}\pi)+ 4\sin(\frac{1}{3}\pi)i = 4\cdot \frac{1}{2}+4\cdot \frac{1}{2}\sqrt{3}i = 2+2\sqrt{3}i

Uitwerking c:

De formule uit opdracht a werkt ook als het punt niet in het eerste kwadrant zit. We krijgen dus 3\cos(5{,}1)+3\sin(5{,}1)i \approx 1{,}134 -2{,}777 i.

Voor het berekenen van de poolcoördinaten van a+bi kun je \theta berekenen met \tan(\theta)=\frac{b}{a}. Let er hierbij op dat een tangens een periode van \pi heeft. Je moet dus altijd controleren aan waar het complexe getal ligt of je \theta =\tan^{-1}\left(\frac{b}{a}\right) moet hebben of \theta =\tan^{-1}\left(\frac{b}{a}\right)+\pi.

Opdracht 6:
a) Zet z_1=5+2i om naar poolcoördinaten. Rond \theta zo nodig af op drie decimalen.
b) Zet z_2=-3+i om naar poolcoördinaten. Rond \theta zo nodig af op drie decimalen.
c) Zet z_3=2-i om naar poolcoördinaten. Rond \theta zo nodig af op drie decimalen.

Uitwerking a:

r=\sqrt{5^2+2^2}=\sqrt{29}
\tan(\theta)=\frac{2}{5} geeft \theta=0{,}3805\ldots+k\cdot \pi
Aangezien z_1 in kwadrant 1 ligt, is \theta=0{,}3805\ldots.
In poolcoördinaten is z_1 dus (\sqrt{29}; 0{,}381)

Uitwerking b:

r=\sqrt{3^2+1^2}=\sqrt{10}
\tan(\theta)=\frac{1}{-3} geeft \theta=-0{,}3217\ldots+k\cdot \pi. Aangezien \theta in kwadrant 2 ligt, krijgen we \theta=2{,}8198\ldots
In poolcoördinaten is z_2 dus (\sqrt{10}; 2{,}820)

Uitwerking c:

r=\sqrt{2^2+1^2}=\sqrt{5}
\tan(\theta)=-\frac{1}{2} geeft \theta=-0{,}4636\ldots+k\cdot \pi.
Aangezien \theta in kwadrant 4 ligt, krijgen we \theta=-0{,}4636\ldots
In poolcoördinaten is z_3 dus (\sqrt{5}; -0{,}464)