Cirkels (VWO 6 wis B)

Rakende cirkel

Gegeven is het vierkant ABCD met zijde 2. Zie figuur 1.

In dit vierkant zijn getekend:

  • de kwartcirkel c met middelpunt A en eindpunten B en D.
  • de kwartcirkel d met middelpunt B en eindpunten A en C.
  • het vierkant PQRS met P en Q op AB, R op c en S op d.

Er geldt: PQ=\frac{6}{5}

Opdracht 11: (5 punten)
Toon dit op algebraïsche wijze aan, bijvoorbeeld met behulp van driehoek AQR.

Aanpak:

Bij veel meetkundige opdrachten moet je een parameter invoeren. Vaak is hetgeen wat je moet berekenen x noemen hierbij een goede keuze. Dat is hier ook het geval en we starten dus met PQ=x te stellen.

In de opgave staat dat we kunnen werken in driehoek \triangle AQR. Hiervan weten we al AR. Die is namelijk de straal van de cirkel. Daarnaast hebben we QR=x, omdat dit net als PQ een zijde van het vierkant is. Als we dus ook nog AQ kunnen uitdrukken in x kunnen we in driehoek \triangle AQR met Pythagoras de waarde van x bepalen.

De manier om AQ in x uit te drukken, is door te gebruiken dat AP=QB vanwege symmetrie. Nu kun je dus met AP+PQ+QB=2 de lengte van AP uitdrukken in x en dan kun je vervolgens ook de lengte van AQ=AP+PQ uitdrukken in x.

Uitwerking:
  • Stel PQ=x
    Dan is ook QR=x.
    Verder geldt vanwege symmetrie dat AP=BQ.
    Uit AP+PQ+QB=AB halen we dan 2\cdot AP+x=2
    2\cdot AP=2-x
    AP=1-\frac{1}{2}x
  • We hebben dus AQ=AP+PQ=1-\frac{1}{2}x+x=1+\frac{1}{2}x.
  • Met de stelling van Pythagoras in driehoek \triangle AQR geldt nu (1+\frac{1}{2}x)^2+x^2=4
  • 1+x+\frac{1}{4}x^2+x^2=4
    \frac{5}{4}x^2+x-3=0
    Vermenigvuldigen met 4 geeft 5x^2+4x-12=0
    D=4^2-4\cdot 5\cdot -12=256
    x=\frac{-4+\sqrt{256}}{2\cdot 5}\vee x=\frac{-4-\sqrt{256}}{2\cdot 5}
    x=\frac{6}{5}\vee x=-2
    Alleen x=\frac{6}{5} voldoet, omdat een negatieve afstand niet kan.
  • Conclusie: Er geldt PQ=\frac{6}{5}.

Aan de tekening in figuur 1 is een cirkel met middelpunt M en straal r toegevoegd, die RS en de beide kwartcirkels raakt.
Zie figuur 2.

Opdracht 12: (6 punten)
Bereken exact de straal r.

Aanpak:

Bij opdrachten waarin meerdere cirkels een rol spelen, is het vaak nuttig om de middelpunten met elkaar te verbinden. Als we dat doen en er op een logische manier er een rechthoekige driehoek van maken, krijgen we dit plaatje:

Net als bij de vorige opdracht is het doel om alle zijden van een driehoek (in dit geval de blauw gemaakte driehoek) uit te drukken in een parameter. De slimme parameter om te kiezen, is de gevraagde straal r. Er zijn twee hints waarmee je dit kunt bedenken:
1. Onbekende stralen zijn vaak de slimste parameters om te kiezen.
2. Vaak is de zijde die je moet berekenen een handige paramter om te kiezen.

De afstand tussen de middelpunten is als de cirkels uitwendig raken de som van de twee stralen. Als de cirkels aan de binnenkant raken, is het juist het verschil van de twee stralen. Er geldt daarom AM=2-r. Verder is vanwege symmetrie T precies halverwege A en B. Tot slot is de de lengte van MT gelijk aan de hoogte van het vierkant (die gegeven is) plus de straal.

Nu we alle lengtes in \triangle ATM in r uitgedrukt hebben, kunnen we net als in de vorige opgave met Pythagoras r berekenen.

Uitwerking:
  • In het plaatje uit de aanpak geldt AM=2-r en MT=\frac{6}{5}+r.
  • Verder geldt vanwege symmetrie AT=\frac{1}{2}\cdot AB=1.
    De stelling van Pythagoras in \triangle AMT geeft 1^2+(\frac{6}{5}+r)^2=(2-r)^2.
  • 1+1\frac{11}{25}+2\frac{2}{5}r+r^2=4-4r+r^2
  • 6\frac{2}{5}r=1\frac{14}{25}
  • r=\frac{39}{160}