Cirkels (VWO 6 wis B)

Lijnen door de oorsprong en een cirkel

Gegeven is cirkel c met middelpunt (1, 7) en straal 5.

\begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix} = t\cdot \begin{pmatrix}1\\2\end{pmatrix} is een vectorvoorstelling van een lijn k door de oorsprong.

Lijn k snijdt cirkel c in twee punten.

Opdracht 1: (5 punten)
Bereken exact de coördinaten van deze snijpunten.

Aanpak:

Bij snijpunten van een lijn met een cirkel substitueren we altijd de lijn in de cirkel. We kunnen dat hier meteen doen met de vectorvoorstelling \begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix} = t\cdot \begin{pmatrix}1\\2\end{pmatrix} door x=t en y=2t te substitueren.

Als je het niet zo hebt op vectorvoorstellingen kun je in plaats van de bovenstaande substitutie ook eerst de vectorvoorstelling omschrijven naar de vorm y=ax+b om vervolgens die lijn te substitueren in de cirkel.

Uitwerking met vectorvoorstelling substitueren in cirkel:
  • De formule van de cirkel is (x-1)^2+(y-7)^2=25
  • \begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix} = t\cdot \begin{pmatrix}1\\2\end{pmatrix} substitueren in de cirkel geeft (t-1)^2+(2t-7)^2=25
  • t^2-2t+1+4t^2-28t+49=25
    5t^2-30t+25=0
  • t^2-6t+5=0
    (t-1)(t-5)=0
    t=1\vee t=5
  • t=1 geeft \begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix}=1\cdot \begin{pmatrix}1\\2\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}1\\2\end{pmatrix}
    t=5 geeft \begin{pmatrix}x\\y\end{pmatrix}=5\cdot \begin{pmatrix}1\\2\end{pmatrix}=\begin{pmatrix}5\\10\end{pmatrix}
    De coördinaten zijn (1,2) en (5,10).

Uitwerking met eerst k omschrijven naar y=ax+b:
  • De formule van de cirkel is (x-1)^2+(y-7)^2=25
  • De richtingscoëfficiënt van lijn k is a=\frac{\Delta y}{\Delta x} = \frac{2}{1} = 2.
    Lijn k gaat door de oorsprong, dus y=2x.
    y=2x substitueren in de cirkel geeft (x-1)^2+(2x-7)^2=25
  • x^2-2x+1+4x^2-28x+49=25
    x^2-30x+25=0
  • x^2-6x+5=0
    (x-1)(x-5)=0
    x=1\vee x=5
  • x=1 geeft y=2\cdot 1=2
    x=5 geeft y=2\cdot 5=10
    De coördinaten zijn (1,2) en (5,10).