Alle onderstaande puzzels komen uit de finales van de Wiskunde Olympiade. Mijn advies is om deze te proberen nadat je hoofdstuk 9 t/m 12 van de finaletraining van de Wiskunde Olympiade doorgewerkt hebt. De uitwerkingen vind je hier.
Puzzel 1 (Wiskunde Olympiade Finale 2025 – versie klas 4):
Binnen een driehoek
ligt een punt
met de eigenschap dat
en
. De lijn door
en
snijdt de zijde
in het punt
.
Bewijs dat
het midden is van het lijnstuk
.
Stap 1: Het maken van een mooi plaatje
Stap 1 in het oplosproces is om een mooi plaatje te maken. Hier is daarbij de moeilijkheid dat je nog niet precies weet waar punt
in de driehoek komt. In dit geval vertelt echter de laatste regel dat uiteindelijk gaat gelden dat het midden
van lijnstuk
op de lijn
ligt. Teruggedacht ligt de juiste ligging van
dus schijnbaar ook op de lijn
. Hiermee kun je met de volgende stappen een mooi plaatje tekenen.
- Ik heb een grote driehoek
getekend. - Ik heb een punt
ongeveer halverwege
gezet. - Ik heb de lijn
ingetekend. - Ik heb een punt
op
gezet, zodat
. - Ik teken nu ook de lijn
in en controleer dat ongeveer klopt dat
.
Dit geeft bij mij het volgende plaatje:

Merk op dat ik in dit plaatje de hoeken die vaker voorkomen alvast een naam heb gegeven (
en
). Vaak geef ik die ook een aparte kleur, zodat ik in één oogopslag zie welke hoeken gelijk zijn.
Stap 2: Het oplossen van het probleem
Gelijke hoeken doet mij direct denken aan gelijkvormige driehoeken. Ik kijk daarom of de hoeken
en
(
in het plaatje) in driehoeken zitten die gelijkvormige zijn met elkaar.
zit alleen in de driehoek
en hoek
zit in de driehoeken
en
.
en
lijken in de verste verte niet gelijkvormig (
heeft een stompe hoek en
niet), maar ik zie dat
en
ook nog
gemeenschappelijk hebben. Daarom geldt dus
.
Aan de andere kant van het figuur zie ik nu soortgelijke gelijkvormige driehoeken:
.
Nu ik gelijkvormigheden heb, maak ik eerst een tabel van wat deze gelijkvormigheden zeggen over de zijden:

Ik lees op dit punt nog even in de vraag wat we ook alweer wilden bewijzen. Dat is dat
(want dan ligt
in het midden van
). Het is dus logisch om in de tabellen de kolommen te pakken waar de zijden
en
in voorkomen. Daarin krijg ik uitdrukkingen voor
en
:
geeft 
geeft 
Uiteraard is
hetzelfde als
. We hebben dus
. Aangezien lengtes positief zijn, volgt daar het gevraagde
uit.
Stap 3: Het opschrijven van het nette bewijs
De laatste stap is altijd om het bewijs op een nette manier op te schrijven, waarbij je alle denkstappen duidelijk opschrijft. Ik doe dat in dit geval als volgt:
- Vanwege het gelijkvormigheidsgeval
zijn de driehoeken
en
gelijkvormig. We hebben namelijk
(zelfde hoek) en
(gegeven). - Uit deze gelijkvormigheid volgt
. Kruiselings vermenigvuldigen geeft
. - Vanwege het gelijkvormigheidsgeval
zijn de driehoeken
en
gelijkvormig. We hebben namelijk
(zelfde hoek) en
(gegeven). - Uit deze gelijkvormigheid volgt
. Kruiselings vermenigvuldigen geeft
. - We hebben dat
. Aangezien lengtes positief zijn, volgt hieruit
. Uit dit gegeven in combinatie met dat
op het lijnstuk
ligt, kunnen we concluderen dat
het midden van lijnstuk
is.