Puzzel 2 (Wiskunde Olympiade Finale 2024 – versie klas 4):
Zij
een parallellogram met de eigenschap dat
. Laat nu
en
punten zijn zodat
en
gelijkzijdig zijn en niet overlappen met het parallellogram.
a) Bewijs dat
.
b) Bewijs dat
.
Stap 1: Het maken van een mooi plaatje
De vraag begint met een parallellogram waarin
. Mijn truc daarbij is om te beginnen met drie punten
,
en
waarvoor
. Ongeacht hoe je die kiest, kun je vervolgens het parallellogram op één manier afmaken. Bij het maken van tekeningen geef ik gelijke zijden ook eigenlijk altijd dezelfde kleur. Dit zorgt ervoor dat het veel gemakkelijker wordt om later gelijkvormige driehoeken te herkennen. Mijn tekening ziet er op dit punt dus zo uit:

Mede dankzij de kleurtjes zie ik op dit punt gelijkbenige driehoeken ontstaan. Daardoor is
en
. Aangezien
en
evenwijdig zijn, zijn deze hoeken ook nog gelijk aan elkaar. Er geldt immers
, vanwege Z-hoeken. Ook de hoeken
zijn gelijk aan elkaar vanwege Z-hoeken, omdat
en
evenwijdig zijn.
Net als dat ik het zinvol vindt om gelijke zijden in mijn plaatje dezelfde kleur te geven, doe ik dat ook met hoeken. Dat doe ik vaak al bij het opbouwen van het plaatje, omdat er dan nog minder in mijn plaatje staat en ik dus meer overzicht heb.

Vervolgens teken ik de gelijkzijdige driehoeken erbij. Door de gelijkzijdigheid weten we dat ook die zijden even lang als bestaande rode of groene zijden zijn. Bovendien zijn al die hoeken 60 graden. Die geef ik dus ook een kleurtje (blauw). Tot slot moeten we iets bewijzen over
en
. Die lijnen teken ik dus ook in. Dat geeft mijn uiteindelijke plaatje:

Stap 2: Het oplossen van het probleem
We moeten bij (a) bewijzen dat
. Vaak bewijs je gelijke zijden met behulp van congruente driehoeken. Dankzij het maken van een mooi plaatje zien we dat
en
congruent zijn. Ze hebben immers allebei een groene en een rode zijde en de hoek ertussen is bij allebei paars plus blauw. Vanwege ZHZ geldt dus inderdaad dat
waaruit
direct volgt.
Voor opdracht b moeten we bewijzen dat
. Als ik naar de driehoek
kijk waar deze hoek in zit, ziet die er ook congruent uit met
en
. Deze driehoek heeft immers ook een groene en een rode zijde. Om de congruentie te bewijzen, moeten we dus nog laten zien dat
. Voor het hoeken jagen is het vaak prettig om namen aan de hoeken te geven (dat praat gemakkelijker dan “oranje + paars”). Dus dat doe ik in mijn plaatje:

Als we nu naar de volledige hoek bij
kijken, geldt
. We willen aantonen dat deze hoek gelijk is aan
. Het is dus de vraag of
. Dit kunnen we herschrijven tot
. Dat is inderdaad waar, want
is de som van de hoeken in driehoek
. Hiermee hebben we dus dat
waaruit de congruentie
volgt.
Dankzij de bovenstaande congruentie hebben we dat
, omdat we al
hadden, is
een gelijkzijdige driehoek. Daaruit volgt dan weer
. We moeten nu laten zien dat
de helft is van deze hoek. Dat kan natuurlijk ook door te laten zien dat de andere helft –
. Ik zie dat dit zo is, omdat
de middelloodlijn van
is. Immers, zowel
als
liggen even ver van
als
af. Hierdoor wordt de hoek bij
in twee gelijke stukken verdeeld en hebben we dus
. Hieruit volgt het gevraagde, want
.
Stap 3: Het opschrijven van het nette bewijs
- We hebben
, omdat driehoek
gelijkzijdig is. Aangezien
een parallellogram is, is
ook gelijk aan
. Gegeven is bovendien dat
. Samengevat hebben we
. - We hebben ook
vanwege gelijkzijdigheid en deze zijden zijn gelijk aan
vanwege het parallellogram
. Er geldt daarom dat
. - Aangezien
en
gelijkbenig zijn, geldt
en
. Vanwege Z-hoeken (
en
zijn evenwijdig, omdat
een parallellogram is, geldt ook
. We noemen deze hoeken in het vervolg
, waardoor geldt
. - We zien dat zowel
als
bestaan uit een hoek van
plus een hoek
. We hebben dus
. Aangezien we al hadden laten zien dat
en
geldt vanwege het congruentiegeval ZHZ dat
. Uit deze congruentie volgt direct
wat opdracht a is. - In driehoek
zien we dat
. Omdat de hoeken bij
optellen tot
geldt bovendien
. Hier
in invullen geeft
. - We hebben dus dat
. We hebben al eerder laten zien dat
en
. Samen laten deze vanwege het congruentiegeval
zien dat
. Hieruit volgt
. - Aangezien
is
gelijkzijdig. In het bijzonder betekent dit dat
. - Zowel
als
liggen even ver van
als
af. Dit betekent dat
de middelloodlijn is van
. Daarom wordt de hoek
in twee gelijke stukken verdeeld door
. Er geldt daarom dat
. Nu volgt dat
wat we bij opdracht b moeten bewijzen.