Les 6: Algoritme van Euclides
We hebben in deze les een algoritme geleerd dat je kunt gebruiken om de grootst gemene deler mee te berekenen. Hierbij maken we gebruik van de rekenregel
. Bij het algoritme van Euclides gebruiken we dit om steeds het grootste getal te vervangen door een kleiner getal totdat we de ggd gemakkelijk kunnen aflezen. Hier staat het voorbeeld wat we in de les gedaan hebben:
![]()
![]()
![]()
Conclusie: ![]()
In les 6 hebben we het algoritme van Euclides gebruikt om
te schrijven in de vorm
. De truc hierbij is dat we gezien hebben dat
, waarbij
staat voor
gedeeld door
naar beneden afgerond. Door dit trucje herhaald toe te passen, krijgen we uiteindelijk
. In de tabel hieronder zie je hoe dat werkt bij het voorbeeld van
uit het bovenstaande voorbeeld.

Opdrachten
Vraag 7:
Noteer alle positieve delers van 210.
Uitwerking:
Een truc is om de kleine delers van 210 af te gaan. Bij iedere kleine deler
hoort dan ook een grote deler
. Dat geeft in dit geval de delers:
1 en 210
2 en 105
3 en 70
5 en 42
6 en 35
7 en 30
10 en 21
14 en 15
Vraag 8:
Bereken met het algoritme van Euclides de grootst gemene deler van 972 en 1012.
Uitwerking:
![]()
![]()
![]()
![]()
Conclusie: ![]()
Vraag 9:
Vind gehele waarden
en
, zodat
.
Uitwerking:
geeft ![]()
geeft
.
Conclusie: Het antwoord is ![]()
Vraag 10:
Bereken met het uitgebreide algoritme van Euclides een geheel getal
zodat
.
Uitwerking:
geeft
.
geeft
.
Modulo 5087 wordt dit
.
Vraag 11:
Je mag gehele getallen (ook negatief!)
en
vrij kiezen en berekent dan
. Wat is het kleinste positieve getal
dat je kunt krijgen?
Uitwerking:
De grootst gemene deler van 50 en 35 is 5. Daardoor komt er altijd een veelvoud van 5 uit
. Een kleiner getal dan 5 is dus niet mogelijk. We kunnen wel 5 krijgen met behulp van het algoritme van Euclides:
geeft ![]()
geeft
, zoals gevraagd.
Vraag 12:
Vind de decryptiefunctie die hoort bij
.
Uitwerking:
We moeten een getal
vinden zodat
. Dat kan met het algoritme van Euclides, zoals in vraag 10:
geeft ![]()
geeft ![]()
geeft ![]()
Modulo 26 geeft dit
.
Dit betekent dat de decryptiefunctie
werkt. Immers, we moeten eerst de plus 3 ongedaan maken door min 3 te doen en daarna keer 7 ongedaan maken wat schijnbaar kan door keer -11 te doen.
NB: In plaats van -11 kun je ook
pakken als je met positieve getallen wilt werken.
Vraag 13:
Als we ASCII gebruiken zijn er 256 tekens. Je zou dan de encryptiefunctie
kunnen gebruiken. Vind de decryptiefunctie die hierbij hoort.
Uitwerking:
We gebruiken hetzelfde stappenplan als in vraag 12:
geeft
.
geeft
.
geeft
.
Modulo 256 staat hier ![]()
Op dezelfde manier als in opdracht 12 kunnen we nu dus de decryptiefunctie opstellen met
.
Vraag 14:
Bereken hoeveel positieve gehele getallen
er tot en met 1000 zijn waarvoor geldt dat
.
Uitwerking:
Het zijn alle getallen die geen veelvoud zijn van 2 of van 5.
Er zijn
even getallen tot en met 1000 en
veelvouden van 5. De hebben we echter alle veelvouden van 10 zowel geteld bij de even getallen als bij de veelvouden van 5. Er zijn
veelvouden van 10 tot en met 1000 die we dubbel geteld hebben. Er zijn dus in totaal
getallen tot en met 1000 die een veelvoud zijn van 2 en/of 5.
Het aantal getallen
tot en met 1000 met
is dus
.