Cryptografie les 2: For-loop

In de vorige les hebben we de volgende Python-code geleerd:

a+b            a plus b
a-b            a min b
a*b            a keer b
a**b           a tot de macht b
a/b            a gedeeld door b
a//b           a gedeeld door b naar beneden afgerond op gehelen
a%b            a modulo b (de rest bij deling van a door b)
a,b = b, a     Verwisseld a en b

a == b         Dit test of a en b dezelfde waarde hebben.
a > b          Dit test of a een grotere waarde dan b heeft.
a >= b         Dit test of a groter of gelijk is aan b.
a < b          Dit test of a kleiner dan b is.
a <= b         Dit test of a kleiner of gelijk aan b is.
a != b         Dit test of a ongelijk aan b is.
A or B         Uitkomst is waar als A en/of B waar is.
A and B        Uitkomst is waar als zowel A als B waar is.

print()        Dit geeft een output door aan de gebruiker.
input()        Dit leest een input in.
range(a,b,c)   Dit maakt een lijst getallen vanaf a tot b met steeds c verschil.
int()          Dit maakt van een waarde een geheel getal.
float()        Dit maakt van een waarde een kommagetal.
str()          Dit maakt van een waarde een stukje tekst.

Samen met loops en if-statements zijn dit de belangrijkste methodes voor als je wilt leren programmeren. Bij programmeren geldt namelijk hetzelfde als wat Richard Rusczyk beschrijft in deze blogpost bespreekt. Hoe goede programmeur je bent, hangt niet af van hoeveel methodes je kent, maar van hoe handig je deze kunt combineren.

Een mooi voorbeeld hiervan is dat jullie vorige les een getal op de normale manier moesten afronden. Natuurlijk bestaat daarvoor een ingebouwde methode round(). Desondanks heb je er voor het handiger worden als programmeur ook wat aan om te bedenken hoe je zonder deze methode een getal kunt afronden.

Opdracht 1:
Schrijf op papier een programma dat een kommagetal van de user inleest en deze correct afgerond op gehelen aan de gebruiker teruggeeft. Gebruik hierbij alleen de basismethodes en de wiskundige operatoren.

Uitwerking:

Een werkende code staat hieronder. Merk hierbij op dat de functie int automatisch al naar beneden afrondt en het dus niet nodig is om nog de //-operator te gebruiken.

getal = float(input())
afgerond = int(getal + 0.5)
print(afgerond)