Het uiteinde van een wip
We bekijken in deze opgave een wiskundig model voor de beweging van het uiteinde van een wip.

Lijnstuk
met midden
en lengte 4 draait om
. De hoogte van
is 1. Zie figuur 1. We kijken naar het verloop van de hoogte
van
. Op tijdstip
is de hoogte van
gelijk aan 0. Van
tot
beweegt
omhoog. In figuur 1 is het lijnstuk getekend op drie tijdstippen: op
, op
en op
.

De hoogte van
tijdens de omhooggaande beweging wordt beschreven door het volgende model:
- fase 1:

- fase 2:

- fase 3:

Hierin zijn
,
en
de hoogtes van
in de verschillende fasen.
In figuur 2 is de grafiek van de hoogte van
in de fasen 1, 2 en 3 getekend.

De hoogte van
aan het eind van fase 2 is
. Door
in te vullen in de formule van
kan worden bewezen dat de hoogte van
aan het begin van fase 3 gelijk is aan de hoogte van
aan het eind van fase 2.
Opdracht 3: (3 punten)
Bewijs dat deze hoogtes gelijk zijn.
Aanpak:
Uit de tekst boven de opdracht halen we dat de hoogte aan het eind van fase 2 gelijk is aan
en dat de hoogte aan het begin van fase 3 gelijk is aan
. We moeten deze waarden dus berekenen en herschrijven totdat ze gelijk aan elkaar zijn.
De voornaamste uitdaging hierbij is dat dit exact moet. Als je iets als
in je GR invult, krijg je een benaderd getal (wat dus niet mag). Een goede truc is dan om iedere term zonder de
in te voeren. Dat geeft
. Dit rekent je GR wel voor je uit en die geeft als antwoord
. De uitdrukking waarbij in iedere term nog keer
staat, moet dan ook keer
. Daaruit halen we dat
.
Als je dit bij
en
goed doet, zou er bij allebei hetzelfde uit moeten komen.
Uitwerking:




Er geldt dus dat
.
Conclusies: De hoogte aan het begin van fase 3 is gelijk aan de hoogte aan het eind van fase 2.
De helling van de grafiek van
aan het begin van fase 2 is
.
Opdracht 4: (4 punten)
Bewijs dat de helling van de grafiek van
aan het eind van fase 1 hieraan gelijk is.
Aanpak:
De vraag is eigenlijk om te bewijzen dat de helling van
op het eind van fase 1 (dat is bij
) gelijk is aan
. Deze helling krijgen we door
te berekenen. We moeten hierbij dus het volgende doen:
- Het berekenen van de afgeleide van

- Het berekenen van

- De uitdrukking van
herleiden totdat er
uitkomt.
Bij de derde stap heb je op het einde nog de rekenregel
nodig. Zorg bij dit omschrijven dat je niet te veel stappen tegelijk zet. Aangezien het eindantwoord
gegeven is, moet het voor de nakijker echt duidelijk zijn dat je begrijpt hoe je daar komt (en dat je niet zomaar het eindantwoord overschrijft).
Uitwerking:




- Met de rekenregel
krijgen we
zoals gevraagd.
Voor elke waarde van
, met
, geldt:
![]()
Opdracht 5: (4 punten)
Bewijs deze gelijkheid.
Aanpak:
Een standaardmanier hoe je dit soort vragen altijd mag oplossen, is om
en
te substitueren in
en die dan op te gaan lossen als een vergelijking. Als hier uiteindelijk een vergelijking uitkomt die duidelijk altijd waar is (zoals
), mag je concluderen dat de oorspronkelijke vergelijking voor iedere waarde van
waar is.
Na het invullen moet je de vergelijking stap voor stap versimpelen en heb je verder nog de rekenregel
nodig. Zorg dat je dit soort rekenregels uit je hoofd kent. Als je die niet kent, kun je eventueel nog met het formuleblad de regel afleiden door de rekenregel voor
te gebruiken en voor
nul in te vullen. Je krijgt dan
.
Uitwerking met oplossen vergelijking:
geeft


- Met de rekenregel
wordt dit:

Aangezien deze vergelijking voor iedere
waar is, geldt de vergelijking
.
Uitwerking met argument puntsymmetrie:
- De gelijkheid die we moeten aantonen komt overeen met dat
puntsymmetrisch is ten opzichte van
. - Een sinusoïde is puntsymmetrisch in elk punt dat op de evenwichtsstand ligt.
- De evenwichtsstand van
is
.
, dus de grafiek van
is puntsymmetrisch ten opzichte van
.
Conclusie: De vergelijking
geldt.