Lus
Een punt beweegt in het
-vlak volgens de bewegingsvergelijkingen

Hierin is
de tijd.
De baan van het punt heeft de vorm van een lus. Het punt bevindt zich op de tijdstippen
en
in de oorsprong
. In
heeft de baan van het punt twee raaklijnen.
Het bewegende punt passeert achtereenvolgens twee punten
en
waar de raaklijn aan de baan evenwijdig is met één van de raaklijnen in
. Zie de figuur.

De benodigde tijd om van
naar
te bewegen, de benodigde tijd om van
naar
te bewegen en de benodigde tijd om van
naar
te bewegen, zijn alle drie even lang.
Opdracht 11: (6 punten)
Toon dit aan.
Aanpak:
We hebben geleerd dat de snelheidsvector de richting van de raaklijn aan de kromme geeft. Nu vind ik het zelf altijd gemakkelijker om te redeneren met richtingscoëfficiënten dan met richtingsvectoren. Ik schrijf een richtingsvector
daarom eigenlijk altijd graag om naar een richtingscoëfficiënt
.
Als je dat hier doet met de snelheidsvector
krijg je de richtingscoëfficiënt
. We krijgen nu de richtingscoëfficiënten van de raaklijnen door de oorsprong door hier
en
in te vullen. Vervolgens moeten we de vergelijkingen
en
oplossen. Aangezien er geen exact, algebraïsch of bewijs in de opdracht staat, mag dit met de GR. Als het goed is, komen hier de waarden
en
uit, want dan duren de drie periodes even lang.
Opmerking: Bij dit soort vragen mag je vaak ook de andere kant op redeneren. Als je aantoont dat bij
en bij
de raaklijn evenwijdig lopen met een raaklijn in
kun je ook de conclusie trekken. Hierop is het tweede antwoordalternatief gebaseerd.
Uitwerking met richtingscoëfficiënten:


De richtingscoëfficiënt van de raaklijn op tijdstip
is 
- Op
geldt:
.
Op
geldt:
. - De vergelijking
geeft
.
Voer in:
Optie intersect geeft
.
Bij punt
hoort dus
. - De vergelijking
geeft
.
Voer in:
Optie intersect geeft
.
Bij punt
hoort dus
. - De benodigde tijd van
naar
is
.
De benodigde tijd van
naar
is
.
De benodigde tijd van
naar
is
.
Conclusie: De drie benodigde tijden zijn alle drie even lang.
Uitwerking met even lange stukken:
- De totale tijd over de drie stukken is
.
De stukken zijn dus even lang als ieder stuk
is.
Als de stukken even lang zijn, hoort bij
de waarde
en bij
de waarde
. 

De richtingscoëfficiënt van de raaklijn op tijdstip
is 
- Op
geldt:
.
Op
geldt:
.
Op
geldt:
.
Op
geldt:
. - Op
en
zijn de raaklijnen dus evenwijdig met een raaklijn door de oorsprong. Daardoor zijn ze dan in de punten
en
en weten we dus dat ieder stuk even lang duurt.
Uitwerking met richtingsvectoren:




is evenwijdig met
als
. Dit geeft
.
De vergelijkingen substitueren geeft
Voer in:
Optie intersect geeft
.
Bij punt
hoort dus
.
is evenwijdig met
als
. Dit geeft
.
De vergelijkingen substitueren geeft
Voer in:
Optie intersect geeft
.
Bij punt
hoort dus
.- De benodigde tijd van
naar
is
.
De benodigde tijd van
naar
is
.
De benodigde tijd van
naar
is
.
Conclusie: De drie benodigde tijden zijn alle drie even lang.